Evolution after Invasion

Synopsis onderzoeksprogramma Menno Schilthuizen, Uyttenboogaart-Eliasen Hoogleraar voor "Veranderingen in de Biodiversiteit van Nederlandse Insecten" 

Insecten-evolutie na Invasie 

De gevolgen van ‘exoten’ voor de Nederlandse natuur baren veel natuurbeschermers en beleidsmakers terecht grote zorgen. Meestal wordt daarbij gedacht aan verstoring van Nederlandse ecosystemen door het binnendringen van uitheemse soorten. Maar het hoeft niet bij dit soort ecologische effecten te blijven: in dit onderzoeksproject wordt onderzocht of de Nederlandse insecten ook mee-evolueren met deze veranderingen in hun ecosystemen. 

Dat exoten ecosystemen kunnen verstoren is algemeen bekend. Zogenoemde ‘invasieve soorten’ concurreren met inheemse soorten of ze decimeren inheemse dieren en planten door ze als voedselbron te gebruiken, met alle gevolgen van dien. Ecologen proberen met computermodellen te voorspellen wat die gevolgen kunnen zijn. Daarbij wordt meestal aangenomen dat de betreffende soorten onveranderlijk zijn, maar dat hoeft niet zo te zijn. We weten namelijk dat insecten dankzij hun korte generatieduur razendsnel kunnen evolueren. Een invasieve soort in hun voedselweb kan zo’n sterke natuurlijke selectie teweegbrengen dat de insecten zich in de loop van enkele tientallen jaren aan de nieuwe situatie gaan aanpassen. 

Evolutie als gevolg van invasie zou dus een belangrijke ontbrekende component kunnen zijn in het voorspellen van de veranderingen in de Nederlandse ecosystemen, en binnen de Uyttenboogaart-Eliasen leerstoel willen we proberen deze kennishiaat te vullen. De hoogleraar en een aan te stellen promovendus gaan daarom samen met studenten en amateur-entomologen DNA-onderzoek doen aan de Nederlandse insecten die zich hebben gevestigd op invasieve planten. 

Concreet komt dit erop neer dat gekeken gaat worden naar houtige planten (bomen en struiken) die tot invasieve soorten behoren, met name soorten die in Nederland geen nauwe verwanten hebben. Denk bijvoorbeeld aan de sneeuwbes, de Amerikaanse vogelkers en de forsythia. De volledige lijst van geselecteerde soorten (die ingeburgerde, verwilderde en aangeplante soorten omvat) is in de bijlage te vinden. Op deze invasieve soorten wordt vervolgens gezocht naar gevallen van opvallende vraat door inheemse plantetende insectensoorten. Daarbij denken we vooral aan insectengroepen waarbinnen zich relatief veel monofage of oligofage soorten bevinden. Het kan gaan om soorten die van de bladeren, de wortels of het hout eten, of zich ontwikkelen in de noten en vruchten. 

Wanneer we infestaties vinden van inheemse insectensoorten op uitheemse bomen en struiken, is het vervolgens interessant om te onderzoeken of hierin genetische of morfologische verschillen zijn geëvolueerd ten opzichte van de populaties van dezelfde soort die zich nog op de oorspronkelijke (inheemse) waardplant(en) bevinden. Dit gaat gebeuren met DNA-onderzoek en metingen aan de vorm van (o.a) de monddelen. 

Om de kans op het vinden van gevallen van evolutie te vergroten, roepen we de hulp in van amateur-entomologen die gespecialiseerd zijn op de betreffende insectengroepen. Deze zouden kunnen helpen met het in het veld registreren van gevallen van vraat op de geselecteerde exotische struiken en bomen. Verder is ondersteuning gewenst bij het op naam brengen van in het onderzoek verzameld materiaal, én met het geven van verdere adviezen, bijvoorbeeld over de inheemse waardplanten van op exoten aangetroffen inheemse insectensoorten. 

De leerstoel is ingesteld door de Uyttenboogaart-Eliasen Stichting van de Nederlandse Entomologische Vereniging teneinde de entomologische wetenschap aan universiteiten te stimuleren, vooral ook in samenwerking met leden van de NEV. De huidige leerstoel, die loopt tot december 2012, is verbonden aan het Centre for Ecological and Evolutionary Studies van de Rijksuniversiteit Groningen. De hoogleraar, evolutiebioloog Menno Schilthuizen, is tevens verbonden als Hoofd Onderzoek aan het Nationaal Natuurhistorisch Museum 'Naturalis'. 

Meer informatie over het onderzoeksprogramma is te verkrijgen bij: 

Menno Schilthuizen
Nationaal Natuurhistorisch Museum 'Naturalis' en Rijksuniversiteit Groningen
e-mail: schilthuizen@naturalis.nl
tel. 071-5687769 (werk); 06-22030313 (mobiel); 0318-300380 (privé) 

Leo Beukeboom
Centre for Ecological and Evolutionary Studies, Rijksuniversiteit Groningen
e-mail: l.w.beukeboom@rug.nl
tel. 050-3638448 (werk) 

Coördinator entomologennetwerken:
Roy Kleukers
European Invertebrate Survey
p.a. Naturalis
e-mail: kleukers@naturalis.nl 

Coördinator botanicinetwerken:
Baudewijn Odé
Stichting Floron
p.a. Nationaal Herbarium Nederland (Leiden)
e-mail: ode@floron.leidenuniv.nl 

Geselecteerde ingevoerde plantensoorten
 

Bij de selectie zijn de volgende criteria gehanteerd: 

1) Houtige gewassen (bomen en stroken), omdat (a) hiervan goede gegevens bestaan over vestiging, verbreiding en herkomst; (b) deze een brede keur aan niches bieden aan verschillende ecologische groepen (bladeters, zaadeters, vruchteneters, houteters etc.); en (c) dit de mogelijkheid om ook ’s winters veldwerk te verrichten. 

2) Ingevoerd bij voorkeur tussen het verschijnen van de lijst van Van Hall (1825) en het jaar 2000, omdat (a) oudere introducties het onzeker maken of de soort wel of niet inheems was vóór de introductie; en (b) invoering na 2000 waarschijnlijk onvoldoende tijd biedt voor evolutionaire aanpassing. 

3) Wijd verspreid (door het hele land te vinden en in hoge dichtheden). 

4) Geen nauwe inheemse verwanten (dus afkomstig van een ander continent en/of zonder inheemse genusgenoten). Hierbij worden enkele uitzonderingen toegelaten, namelijk (a) als een inheemse verwant wel bestaat, maar zeer zeldzaam is; (b) als de ingevoerde soort zeer algemeen is en een duidelijk eigen fauna van herbivoren draagt (bv. Amerikaanse eik--Quercus rubra, Amerikaanse vogelkers--Prunus serotina).

  

Wetensch. naam
Familie Nederlandse naam Oorsprong
CATEGORIE 1: INGEBURGERDE SOORTEN      
Mahonia aquifolium Berberidaceae Mahonie North America
Symphoricarpos albus Caprifoliaceae Sneeuwbes North America
Rhododendron ponticum Ericaceae Pontische rododendron West Asia
Robinia pseudoacacia Fabaceae Robinia North America
Juglans regia Juglandaceae Okkernoot East Europe
Syringa vulgaris Oleaceae Sering East Europe
Phytolacca americana Phytolaccaceae Westerse karmozijnbes North America
Phytolacca esculenta Phytolaccaceae Oosterse karmozijnbes East Asia
Amelanchier lamarckii Rosaceae Amerikaans krentenboompje North America
Aronia x prunifolia Rosaceae Appelbes North America
Prunus serotina Rosaceae Amerikaanse vogelkers North America
Acer negundo Sapindaceae Vederesdoorn North America
Aesculus hippocastanum Sapindaceae Witte paardenkastanje East Europe
Buddleja davidii Scrophulariaceae Vlinderstruik China
Lycium barbarum Solanaceae Boksdoorn China
Parthenocissus inserta Vitaceae Valse wingerd North America
CATEGORIE 2:VERWILDERDE SOORTEN      
Actinidia deliciosa Actinidiaceae Kiwi China
Rhus radicans Anacardiaceae Gifsumak North America
Rhus typhina Anacardiaceae Azijnboom North America
Catalpa bignonioides Bignoniaceae Trompetboom North America
Leycesteria formosa Caprifoliaceae Fazantenbes Central Asia
Clethra alnifolia Clethraceae Clethra North America
Elaeagnus angustifolia Elaeagnaceae Smalle olijfwilg Asia
Elaeagnus commutata Elaeagnaceae Zilverwilg North America
Elaeagnus multiflora Elaeagnaceae Langstelige olijfwilg East Asia
Deutzia gracilis Hydrangeaceae Deutzia China
Deutzia scabra Hydrangeaceae Deutzia Pakistan
Philadelphus coronarius Hydrangeaceae Welriekende jasmijn America, Asia
Alcea rosea Malvaceae Stokroos West Asia
Morus nigra Moraceae Zwarte moerbei West Asia
Ficus carica Moraceae Vijgenboom South Europe
Forsythia suspensa Oleaceae Forsythia China
Forsythia viridissima Oleaceae Forsythia China
Jasminum nudiflorum Oleaceae Jasmijn West China
Paulownia tomentosa Paulowniaceae Anna Paulownaboom East Asia
Cotoneaster salicifolius Rosaceae Witbladige cotoneaster West China
Cotoneaster horizontalis Rosaceae Vlakke dwergmispel China
Cotoneaster sternianus Rosaceae Witte boogcotoneaster China
Cotoneaster rehderi Rosaceae Rimpelige cotoneaster West China
Prunus laurocerasus Rosaceae Laurierkers West Asia
Sorbaria sorbifolia Rosaceae Sorbaria North Asia
Sorbaria tomentosa Rosaceae Harige sorbaria Central Asia
Spiraea douglasii Rosaceae Douglasspiraea North America
Spiraea salicifolia Rosaceae Theeboompje Asia
Acer saccharinum Sapindaceae Witte esdoorn North America
Koelreuteria paniculata Sapindaceae Gele zeepboom China
Ailanthus altissima Simaroubaceae Hemelboom China
Parthenocissus tricuspidata Vitaceae Oosterse wingerd East Asia
CATEGORIE 3:AANGEPLANTE SOORTEN      
Aucuba japonica Garryaceae Broodboom Japan
Chaenomeles japonica Rosaceae Japanse sierkwee Japan
Hydrangea macrophylla Hydrangeaceae Hortensia East Asia
Magnolia ×soulangeana Magnoliaceae Magnolia North America
Magnolia stellata Magnoliaceae Magnolia Japan
Morus alba Moraceae Moerbij Asia
Philadelphus sp. Hydrangeaceae Welriekende jasmijn America, Asia
Prunus lusitanica Rosaceae Portugese laurierkers Mediterranean
Pterocarya fraxinifolia Juglandaceae Vleugelnoot Asia
Pyracantha sp. Rosaceae Vuurdoorn div.
Viburnum (evergreen species) Adoxaceae Sneeuwbal N Hemisphere
Yucca filamentosa Agavaceae Yucca North America
 

Sunday, October 12, 2008