Herkenning van parels
NEL menu
Edelstenen
Parels
Diamanten
Cursussen
Documentatie |
Echte en gecultiveerde parels hebben aan het oppervlak een structuur van dakpansgewijs gerangschikte aragonietkristalletjes. Daardoor voelen ze stroef aan bij wrijving over de tanden en vertonen ze onder de microscoop een beeld als van een hoogtelijnenkaart (zie ook: opbouw van de schelp).
Imitatieparels vertonen een structuur als van een maanlandschap, met uitstulpingen en trechtervormige gaten. Ze voelen toch glad aan bij wrijving over de tanden en onder de microscoop, of zelfs met de loep, is de korrelige structuur duidelijk te zien.
Het verschil tussen echte- en gecultiveerde parels is vast te stellen met behulp van röntgenstraling. Er wordt gebruik gemaakt van zowel doorlicht- als diffractie-apparatuur. Beide typen zijn kostbaar en het gebruik daarvan is aan bepaalde gedragsregels gebonden. Vandaar dat het onderzoek van parels slechts in speciale laboratoria, in ons land het Nederlands Edelsteen Laboratorium, wordt uitgevoerd. Röntgenstraling, een energievorm met een zeer kleine golflengte en daardoor een enorm doordringingsvermogen, wordt in de edelsteenkunde en ook voor het parelonderzoek op drie manieren toegepast.
De gecultiveerde parels laten duidelijk het onderscheid tussen de ingebrachte kern en de daaromheen gevormde rand zien. Opvallend daarbij is het feit dat een pareloester vaak begint met het afscheiden van een vrij dikke laag conchioline om de ingebrachte kern. Daarna zijn de laagjes uiterst dun en op de contactafdrukken meestal niet meer te zien.
De kernloze Biwa parels wijken duidelijk af van het voorgaande. Het mantelweefsel dat als stimulator voor parelgroei heeft dienstgedaan is verdwenen en heeft een onregelmatige holle ruimte achtergelaten. Deze doorlichtmethode heeft als groot voordeel dat men hele colliers in één keer kan onderzoeken. Een nadeel is dat de structuur van veel parels op deze manier niet voldoende zichtbaar gemaakt kan worden. Dit komt doordat de conchioline te regelmatig in de parelmoerlagen is verdeeld.
De derde toepassingsmethode van röntgenstraling voor parelonderzoek is de Laue diffractie methode. Een te onderzoeken parel wordt in het huis van een röntgencamera geplaatst en met een bundel röntgenlicht enige tijd bestraald. Dit röntgenlicht wordt in de aragoniet- kristallen verstrooid, of eigenlijk door de atomen, die, regelmatig geordend, de kristal- structuur van aragoniet vormen. De verstrooiing (diffractie) zal daardoor ook regelmatig zijn. Door een röntgenfilm achter de parel te plaatsen verkrijgt men een röntgenfoto die men Lauegram noemt, waarop, in de vorm van zwarte stippen, een karakteristiek beeld van dit mineraal te zien is. Natuurlijke parels, die concentrisch zijn opgebouwd geven een röntgenbeeld dat, in welke stand men de parels ook ten opzichte van het opvallende röntgenlicht oriënteert, gelijk blijft. De zwarte punten vormen met elkaar een regelmatige zeshoek: een grote vlek in het midden wordt veroorzaakt door de hoofdstraal die dwars door de parel gaat. De structuur van een met een kern gecultiveerde parel is er de oorzaak van dat slechts in één richting de röntgenfoto (Lauegram) gelijk is aan die van een natuurlijke parel. In een richting loodrecht daarop krijgt men een diffractie patroon dat vierzijdig is. Wanneer men in de praktijk een willekeurige parel röntgent en men een vierzijdig Lauegram verkrijgt dan heeft men altijd te maken met een gecultiveerde parel. Is het resultaat een zeszijdig patroon dan moet er altijd een tweede beslissende foto gemaakt worden in een stand loodrecht op de eerste. De Laue-methode voor onderzoek van parels werd voor het eerst in 1924 in Frankrijk ontwikkeld. Het is de meest betrouwbare methode voor niet of gedeeltelijk geboorde parels. |
Thursday, March 18, 2010




