Ongestreepte grondeekhoorn

Sciurus rutilus_key visual

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.MAM.26467, 26468, 26469
Status Paralectotypes
Naam Sciurus rutilus Cretzschmar, 1826
Huidige naam Xerus rutilus (Cretzschmar, 1826)
Verzameld Ethiopië

Graven in plaats van klimmen 

Ongestreepte grondeekhoorns hebben de bomen verruild voor de bodem. Om in spaarzaam begroeide gebieden aan eten te komen, moeten de eekhoorns de grond in. Ze zijn daar goed toe in staat, blijkens de forse graafklauwen die ook te zien zijn bij de drie type-exemplaren in de collectie van NCB Naturalis. Eduard Rüppell van het Naturmuseum Senckenberg was degene die de eekhoorns in de jaren twintig van de negentiende eeuw in Ethiopië verzamelde met de bedoeling de soort te benoemen. Tegen zijn zin ging zijn baas er echter mee aan de haal.

Strijd om de eer
NCB Naturalis is in het bezit van drie opgezette huiden en de bijbehorende schedels. Ze zijn in Ethiopië verzameld door de Duitse natuuronderzoeker en ontdekkingsreiziger Eduard Rüppell (1794-1884). Rüppell was niet in de gelegenheid om de soort te beschrijven. Hij had zijn materiaal vooruitgestuurd naar zijn thuisbasis, het Naturmuseum Senckenberg in Frankfurt, maar bleef zelf langer in Afrika om onderzoek te doen. Toen hij in 1827 terugkeerde, was de directeur van het museum, Philipp Jakob Cretzschmar (1786-1845), hem voor geweest met de soortbeschrijving. In 1826 publiceerde Cretzschmar de grondeekhoorn als Sciurus rutilus, in Atlas zu der Reise im nördlichen Afrika von Eduard Rüppell. Rüppell kon de werkwijze van zijn directeur niet erg waarderen. Teleurgesteld omdat hem de kans was ontnomen de soort op zijn naam te stellen, stuurde hij geen nieuwe vondsten meer naar Frankfurt. Zo voorkwam hij dat zijn baas nogmaals met de eer ging strijken. Overigens haalde Rüppell later de schade ruimschoots in. Hij wist tientallen nieuwe diersoorten te beschrijven, waaronder verschillende eekhoorns. Na de soortpublicatie hield Cretzschmar het belangrijkste exemplaar, het holotype, in het Naturmuseum Senckenberg. De paralectotypen ruilde hij met het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden (tegenwoordig NCB Naturalis), waar ze nu deel uitmaken van de wetenschappelijke collectie.

Sciurus rutilus_555

Ongestreepte grondeekhoorn. Paralecotype RMNH.MAM.26467. Foto © NCB Naturalis.

Streeploos
Anders dan andere eekhoorns uit het Afrikaanse geslacht Xerus, heeft de ongestreepte grondeekhoorn een effen vacht en daaraan dankt de soort zijn Nederlandse naam. Volwassen dieren worden ongeveer 25 cm lang; de staart is net zo lang als het lichaam. Het maximum gewicht bedraagt 300 gram. De vacht bestaat uit dicht opeenstaande, stugge haren. Op de rug zijn ze overwegend roodbruin, op de buik bleekgrijs tot nagenoeg wit. De staart is veelal wat donkerder van kleur. Vaak krijgt de eekhoorn de kleur van de omgeving doordat korrels aarde aan de haren kleven. Dit wordt bevorderd door de gravende leefwijze, die veel stof doet opwaaien.


Ethiopie.png

Verspreiding
Ongestreepte grondeekhoorns zijn algemeen in Tanzania, Kenia, Ethiopië, Djibouti en Eritrea. Op sommige plekken leven naar schatting wel achthonderd dieren per vierkante kilometer. De paralectotypes zijn afkomstig uit
Ethiopië.

Plunderaars
Ongestreepte grondeekhoorns hebben een voorkeur voor droge savannen, steppen en rotsachtige gebieden. Ook in landbouwgebieden pikken ze een graantje mee. Boeren zien de dieren liever gaan dan komen, want ze willen nogaleens gewassen plunderen. Overdag speuren ze vrijwel onafgebroken naar plantenwortels, stengels, zaden en vruchten, maar ook naar insecten en zelfs naar vogeleieren. Met hun gebogen klauwen kunnen ze harde bodems openbreken om bij ondergrondse lekkernijen te komen, maar ook om holen te graven waarin de vrouwtjes de jongen werpen. De dieren zijn erg verdraagzaam. Een territorium verdedigen ze niet en een moeizaam gegraven hol delen ze zonder morren met soortgenoten. Bovendien zijn ze niet schuw en laten ze zich vrij gemakkelijk temmen. Om die reden zijn ze populair als huisdier, vooral in Zuid-Afrika.

Meer informatie

 

Monday, February 28, 2011 author: Marije Siemensma, Caroline van der Mark