Schlegels koeskoes
| Gegevens type-exemplaar | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer | RMNH.MAM.13388 |
| Status | Holotype |
| Naam | Pseudochirulus schlegelii Jentink, 1884 |
| Huidige naam | Pseudochirus schlegelii (Jentink, 1884) |
| Verzameld | Nieuw-Guinea |
Alleen op de wereld
Het holotype van Schlegels koeskoes in de collectie van NCB Naturalis is een uitzonderlijk geval. Het is het enige exemplaar van de soort dat we kennen. Dit roept tal van vraagtekens op. Gaat het werkelijk om een aparte soort? Heeft Schlegels koeskoes een verborgen leefwijze en zien we hem daarom niet? Is de soort inmiddels uitgestorven?
Verzameld
Veel meer dan dat het holotype aan het eind van de negentiende eeuw verzameld is in de Vogelkop van Nieuw-Guinea is niet bekend. We weten niet wie de verzamelaar is, want dit is niet vastgelegd. Ook over de precieze datum van verzamelen tasten we in het duister. Vermoed wordt evenwel dat de Nederlandse missionaris W.H. Woelders het dier heeft verzameld. Hij woonde namelijk aan de voet van het Arfakgebergte. Van Woelders weten we dat hij nauwe contacten onderhield met locale jagers en dat hij verschillende natuuronderzoekers op expedities in het gebied assisteerde. Het verzamelde exemplaar kwam in handen van dierenhandelaar Gustav Adolph Frank (1808-1880). Frank had een naturaliënhandel in Amsterdam. Hij ruilde opgezette dieren met verzamelaars en musea om ze vervolgens voor veel geld door te verkopen. Zo belandde het exemplaar van Schlegels koeskoes voor tien gulden in de collectie van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Het is op 29 april 1879 van Frank gekocht, vermoedelijk door de toenmalige directeur van het museum, Hermann Schlegel.
Schlegels koeskoes, holotype RMNH.MAM.13388. Foto © NCB Naturalis.
Uitgestorven of ...
In 1884 beschreef Fredericus Anna Jentink (1844- 1913) de soort als Pseudochirus schlegelii, een eerbetoon aan de in dat jaar gestorven Hermann Schlegel. Jentink volgde hem op als directeur. Omdat Jentink slechts over één exemplaar beschikte, verwierf het automatisch de status van holotype. De ontdekking van een nieuwe soort gaat tegenwoordig doorgaans gepaard met nieuwe waarnemingen en met de opname van meer exemplaren in museumcollecties. Van Schlegels koeskoes zijn echter helemaal geen nieuwe waarnemingen gedaan en dus ook geen aanvullende exemplaren verzameld. Het holotype van Pseudochirus schlegelii blijft daarmee een eenzaam buitenbeentje. De vraag is gerechtvaardigd of het werkelijk een aparte soort is, of dat het een variant is van een bestaande soort. Die vraag is echter moeilijk te beantwoorden. Schlegels koeskoes wijkt af van de andere koeskoezen van het geslacht Pseudochirus en dat was voor Jentink voldoende reden om van een aparte soort te spreken. We weten ook niet hoe Schlegels koeskoes ervoor stond ten tijde van de ontdekking. Het kan zijn dat de dieren een zeer verborgen leefwijze hadden en zich daarom niet lieten zien. Het kan ook zijn dat de soort op het randje van uitsterven stond en kort na de ontdekking van de aardbodem is verdwenen. Ten slotte moeten we met de mogelijkheid rekening houden dat de koeskoes helemaal niet is uitgestorven, maar nog steeds in de bossen van Nieuw-Guinea rondscharrelt. Die vraag kan alleen beantwoord worden door op expeditie te gaan naar de Vogelkop en het Arfakgebergte systematisch uit te kammen.
Verspreiding
Het holotype is aan het eind van de negentiende eeuw verzameld in het Arfakgebergte, in de Vogelkop van Nieuw-Guinea. Het is onbekend welke omvang het verspreidingsgebied destijds had.
Uiterlijk
Voor een beschrijving van Schlegels koeskoes zijn we geheel aangewezen op het holotype. Dit is een mannetje met een romplengte van 26 centimeter en een even lange staart. Opvallend zijn de spitse snuit en de kleine onderkaak. De vacht is roodbruin en wollig en ook de staart is behaard. Of deze kenmerken typerend zijn voor Schlegels koeskoezen in het algemeen kan niet worden vastgesteld; andere exemplaren dan het holotype ontbreken immers. We weten dus ook niet of Schlegels koeskoes seksuele dimorfie vertoont of dat er verschillen zijn tussen populaties.
Bladeters
Schlegels koeskoes is een van de zeven soorten uit het geslacht Pseudochirulus. Alle koeskoezen in dit geslacht zijn bosbewoners die bladeren en fruit eten. Hoewel er geen details bekend zijn over de leefwijze van Schlegels koeskoes, ligt het voor de hand dat het dier vergelijkbare voedselgewoontes had als zijn verwanten.
Meer informatie
- Flannery T.F. 1990. The Mammals of New Guinea. Robert Brown & Associates, Australia.
- Jentink F.A. 1884. On the species of the Phalanger-genus Pseudochirus. Notes from the Leyden Museum 6: 108-110.
- Nowak R.M. (ed.) 1999. Walker's Mammals of the World. Johns Hopkins University Press, Baltimore/Chicago.
Friday, February 25, 2011
