Sumatraanse haas

Sumatraanse haas key visual

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.MAM.39322
Status Holotype
Naam Lepus netscheri Schlegel, 1880
Huidige naam Nesolagus netscheri (Schlegel, 1880)
Verzameld Sumatra, Indonesië

Toch niet uitgestorven

Met zijn combinatie van lange poten, een gedrongen lichaam en korte oren lijkt de Sumatraanse haas nog het meest op een konijn. Toch wordt het dier tot de hazen gerekend. Sumatraanse hazen laten zich zo zelden zien dat lange tijd is gedacht dat ze waren uitgestorven.

Een haas voor de baas
In 1879 lukte het voor het eerst om een Sumatraanse haas te vangen. Zoals destijds gebruikelijk was, werd de bijzonderheid aangeboden aan de hoogste gezagsdrager in het koloniale gebied, de gouverneur van West-Sumatra Elisa Netscher (1825-1880). Meer dan dat de haas was gevangen in de Padangse Bovenlanden was niet bekend. In 1879 schonk Netscher de haas aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Zoöloog Hermann Schlegel (1804-1884) beschreef de soort als Lepus netscheri, letterlijk 'Netschers haas', een directe verwijzing naar de goedgeefse gouverneur. Hoewel, goedgeefs .... het was Netschers plicht om de haas af te dragen, want ook natuurhistorische zeldzaamheden uit de koloniën waren nationaal bezit en dienden uiteindelijk in de landsverzameling in Leiden terecht te komen. Volgens een krantenbericht uit 1891 slaagde een Nederlandse bestuursambtenaar erin een tweede exemplaar te bemachtigen. Geheel tegen de regels van zijn ambt in, bood hij die vervolgens te koop aan bij enkele Europese musea, een actie die Fredericus Anna Jentink (1844-1913), Schlegels opvolger als directeur van het Leids museum, tot razernij bracht. Hoe haalde de ambtenaar het in zijn hoofd om het exemplaar niet eerst aan Leiden aan te bieden! Jentink was er zo verbolgen over dat hij dreigde een officiële klacht in te dienen bij de regering. Hoe de kwestie afliep is niet bekend, maar in ieder geval belandde de haas niet in de Leidse collectie.

Zebrahaas
Terwijl hazen meestal een effen vacht bezitten, is de beharing van de Sumatraanse haas voorzien van donkerbruine strepen en vlekken. Geen andere haas heeft zo'n opvallend zebrabontje. Opvallend zijn verder de zeer korte oren, die je eerder verwacht bij een konijn.

Sumatra_25-2-2011.png

Verspreiding
De Sumatraanse haas komt uitsluitend voor in het westen van Sumatra, waar hij leeft in bergwouden op 600 tot 1400 meter hoogte. Van dit Indonesische eiland is het holotype dan ook afkomstig

Geflitst
Omdat de Sumatraanse haas in 1929 voor het laatst was gezien, lag de conclusie voor de hand dat de soort was uitgestorven. Die mening moest worden herzien toen vanaf 1972 toch weer enkele waarnemingen werden gedaan. Weliswaar was dat slechts drie keer, maar het voedde de hoop dat diep in de bossen van Sumatra zich een populatie had weten te handhaven. In 2007 werd dit bevestigd toen een onderzoeksteam een automatische camera plaatste in het Mount Kerinci National Park. Een voorbijschietende haas werd 'geflitst' en bewees dat de soort bij leven en welzijn was. Immers: als er een is zijn er meer, want een individu kan niet bestaan zonder onderdeel te zijn van een groep, al was het maar omdat hij een vader en een moeder moet hebben en hazen normaal gesproken meerdere jongen tegelijk ter wereld brengen.

Sumatraanse haas

Sumatraanse haas. Holotype RMNH.MAM.39322. Foto © NCB Naturalis.

Anoniem in de nacht
De Sumatraanse haas is een uitgesproken nachtdier. Overdag wagen de dieren zich alleen bij hoge uitzondering op open plekken in het bos om te knabbelen aan sappige stengels en bladeren. Liever houden ze zich verscholen in holen in de grond of tussen boomwortels. De Sumatraanse haas houdt er dus een uiterst teruggetrokken leefwijze op na en dat is ook de reden waarom zelfs de inheemse bewoners van West-Sumatra het dier niet kenden. Locaal is de haas letterlijk anoniem, want de Sumatranen hebben er geen woord voor.

Gerichte zoekactie
Wie veel buiten is, loopt sneller de kans bijzondere dieren te zien. Zo beweerden Nederlandse planters na 1880 meer dan eens Sumatraanse hazen te hebben gezien. Het waren deze berichten die de Nederlandse handelaar en zoöloog Edward Jacobson (1870-1944) ertoe brachten om in 1913 een zoekactie op touw te zetten. Inderdaad slaagde Jacobson erin de Sumatraanse haas op te sporen. Hij zou zelfs meerdere exemplaren verzameld hebben in de Padangse Bovenlanden en in het zuidelijker gelegen Barisangebergte. Na 1929 werd het echter stil rond de Sumatraanse haas. Waarnemingen bleven uit en het leek erop dat de soort was uitgestorven. Pas vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw liet het dier weer van zich horen, of beter gezegd zien. Minstens even verrassend is het recente bericht dat er Sumatraanse hazen in het grensgebied van Laos en Viëtnam zijn waargenomen.

DNA geeft het antwoord
Er moest een DNA-analyse aan te pas komen om te bepalen of het inderdaad Sumatraanse hazen betrof. Ten behoeve van dit onderzoek is ook van het exemplaar in de collectie van NCB Naturalis DNA onderzocht. De conclusie was dat de haas uit Laos en Viëtnam in uiterlijk weliswaar op de Sumatraanse haas lijkt, maar duidelijk een andere soort is, de zogenoemde Annamese haas. Het DNA-onderzoek maakte ook veel duidelijk over de taxonomische positie van de Sumatraanse haas. Honderd procent haas is hij bij nader inzien toch niet en dichter bij de konijnen is hij ook niet gekomen. De soort is binnen de familie van de hazen en konijnen een beetje apart gezet. Kennelijk heeft het dier in de loop van de evolutie een ander pad gevolgd. Dit wordt ook bevestigd door de vlo Nesolagobius, een parasiet die uitsluitend de Sumatraanse haas als gastheer accepteert.

Meer informatie

 

Monday, February 28, 2011 author: Marije Siemensma, Lars van den Hoek Ostende