Rotscavia

Kerodon rupestris_key visual 

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.MAM.17928
Status Syntype
Naam Kerodon rupestris Wied, 1820
Huidige naam Kerodon rupestris Wied, 1820
Verzameld Brazilië

De cavia van de prins

De binnenlanden van Brazilië golden in de negentiende eeuw als gevaarlijk: je moest er uitkijken voor giftige slangen en insecten. De Duitse prins von Neuwied zu Wied en de Oostenrijkse verzamelaar Johann Natterer lieten zich er niet door afschrikken. Op een van zijn tochten wist Natterer een rotscavia te pakken te krijgen. Op basis van dit exemplaar benoemde de prins het dier als nieuwe soort.

In naam van de prins
NCB Naturalis heeft het syntype van de rotscavia te danken aan de reislust en de onverschrokkenheid van twee personen: de Duitse Prins Alexander Philipp Maximilian von Wied zu Neuwied (1782-1867) en de Oostenrijkse naturaliënverzamelaar Johan Natterer (1787-1843). Het was Natterer die de cavia verzamelde tijdens zijn achttienjarige verblijf in Brazilië (1817-1835), maar de prins benoemde de soort. De laatste ondernam zelf ook expedities naar Zuid-Amerika en ongetwijfeld heeft hij rotscavia's in hun natuurlijke leefomgeving kunnen observeren. Voor de soortbeschrijving gebruikte hij exemplaren uit Natterers collectie. Natterer was geen publicist, maar maakte wel veel aantekeningen van de meer dan 15.000 vogels, zoogdieren, reptielen en vissen en 30.000 insecten die hij in Brazilië bijeenbracht. De rotscavia is niet de enige nieuwe soort die Prins von Wied zu Neuwied benoemde. Op zijn expedities door Brazilië en Noord en Zuid-Amerika ontdekte hij zelf meerdere diersoorten die tot dan toe onbekend waren voor de wetenschap.

Ruil
Veel objecten uit Natterers indrukwekkende verzameling bevinden zich nu in het natuurhistorisch museum van Wenen. Een van de syntypes vond in 1825 zijn weg naar Leiden, toen de directeuren van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie en het natuurhistorisch museum in Wenen materiaal ruilden. Dit was toen een algemeen gangbare praktijk om aan ontbrekende soorten te komen voor de collectie. Coenraad Jacob Temminck (1778-1858), oprichter en eerste directeur van het Leidse museum, maakte een goede ruil met dit type-exemplaar.  

Op kussens gedragen
De rotscavia, ook wel moko genoemd, lijkt sterk op de 'gewone' cavia die als huisdier wordt gehouden. De dieren zijn ook nauw aan elkaar verwant. Het achterwerk van de rotstcavia is rond en als je goed voelt zit er een klein bobbeltje van enkele millimeters groot: dat is de staart. Het lichaam is slank en langgerekt. Rotscavia's worden groter dan gewone cavia's: 35-45 centimeter bij een gewicht van een kilo. De kop is smal en spits, de kleine oren zijn ovaal en zo dun behaard dat de huid er doorheen schemert. Vooraan de snuit zitten stevige zwarte snorharen. De vacht is grijs en heeft een geeloranje gloed. Buik, bef en poten zijn lichter gekleurd, meestal beige tot geel. Aan hun relatief lange poten is te zien dat rotscavia's gebouwd zijn om te springen en te klimmen. De achterpoten hebben drie tenen, de voorpoten vier. Elke teen heeft een stevige nagel die voor grip op de stenen zorgt. Ook de dikke kussens onder de poten zorgen voor extra grip. Ze werken als de schoentjes van freestyle-alpinisten. Tevens beschermen ze de zolen tegen scherpe rotsdelen.

Brazilie.png

Verspreiding
De rotscavia komt uitsluitend voor in het oosten van Brazilië in droge, rotsachtige gebieden. Hier zijn ook de syntypes verzameld.

Blaffend hondje
De dieren zijn tijdens de schemer en 's nachts actief. Overdag houden ze zich verscholen tussen rotsen en in kloven, of in holen van andere dieren. De dag brengen ze goeddeels slapend door. Hun klimvaardigheden komen goed van pas, niet alleen om rotsen te beklimmen, maar ook om zich in bomen met bladeren te voeden. Bij gevaar blaffen ze als een hondje. Sommige rotscavia’s leven in een harem, maar er zijn ook groepen met meerdere mannetjes waargenomen. Per keer worden er twee tot drie jongen geboren. Rotscavia's zijn vrijwel permanent vruchtbaar en werpen tot drie keer per jaar jongen.

Kerodon rupestris_555

Syntype van de rotscavia. RMNH.MAM.17928. Foto © NCB Naturalis.

 

Indianenverhalen
Prins von Wied zu Neuwied was geenszins bang aangelegd. Zijn eerste expeditie voerde naar een gebied in Brazilië waar zelfs de beroemde natuurvorser en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt (1769-1859) niet durfde te komen. Er waren daar namelijk vijandige indianenstammen. Tijdens zijn reizen verzamelde de prins niet alleen natuurhistorisch materiaal, hij schilderde ook de natuur en de mensen. Europeanen kregen zo de kans om een kijkje te nemen in een compleet andere wereld. De naam van de prins is verbonden aan verschillende dieren. Naar hem is onder meer de margay Leopardus wiedii genoemd.

Prins von Wied zu Neuwied 

Prins von Wied zu Neuwied.

Meer informatie

Monday, February 28, 2011 author: Marije Siemensma, Caroline van der Mark