Westerse waterrat
| Gegevens type-exemplaren | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer |
RMNH.MAM.29140 (holotype), 29141 t/m 29175, 29177 t/m 29179, 29740 t/m 29752 |
| Status | Holotype en paratypen |
| Naam | Hydromys hussoni Musser & Piik, 1982 |
| Huidige naam | Hydromys hussoni Musser & Piik, 1982 |
| Verzameld | Nieuw-Guinea, Paniaimeer |
Ontdekt in het museum
In museumverzamelingen zijn soms verrassende ontdekkingen te doen. Zo kwamen zoogdierconservator Antonius Husson er begin jaren '80 achter dat een serie ratten in de collectie van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie fout gedetermineerd moest zijn. Zijn vermoeden dat de ratten weleens een nieuwe soort konden vertegenwoordigen werd in 1982 bevestigd door onderzoeker Guy Musser. Op basis van de tientallen beschikbare huiden, schedels en kaken beschreef hij de rat als Hydromys hussoni, de Westerse waterrat.
Rattenvangers
De huiden, schedels en kaken zijn in 1939 verzameld in de buurt van de Wisselmeren op Nieuw-Guinea. Locale jagers bezorgden wetenschappers die in dit gebied op expeditie waren in totaal 53 exemplaren. De dieren werden gevangen op 1750 tot 1765 meter hoogte. Tot dusver zijn het de enige exemplaren van de Westerse waterrat die in museumverzamelingen bekend zijn. De beschrijver van de soort, Guy Musser, vernoemde Hydromys hussoni naar Antonius Maria Husson (1913-1987), voormalig conservator zoogdieren van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Husson, priester en bioloog, begon als vrijwilliger op de afdeling zoogdieren van het museum. In 1950 volgde zijn benoeming tot conservator zoogdieren. Hij werkte er een kwart eeuw en blies als het ware nieuw leven in de afdeling zoogdieren. Husson zelf verzamelde veel in Nederland, vooral in Zuid-Limburg, maar ook bijvoorbeeld in Suriname.
Verspreiding
Het holotype en de paratypen zijn gevonden in de buurt van het Paniaimeer in het gebied van de Wisselmeren op Nieuw-Guinea.
Westerse waterrat. Holotype RMNH.MAM.29140. Foto © NCB Naturalis.
Uiterlijk en biologie
De westerse waterrat is de kleinste soort uit het geslacht Hydromys. De kop-romplengte is 12-17 cm, de staart meet 10-15 cm. Het dier heeft een korte, dichte, kastanjebruine vacht, die feller van kleur is op de bovenkant dan op de flanken. Aan de buikzijde is het dier okergrijs. Zijn oren zijn donkerbruin, klein en nauwelijks behaard. De staart daarentegen is dichtbehaard en is egaal donkerbruin, soms eindigend in een witte punt. De westerse waterrat is voor het laatst waargenomen in 1959. Er wordt echter verondersteld dat de dieren nog algemeen voorkomen nabij de Wisselmeren van Nieuw-Guinea. Er is weinig meer bekend dan wat we weten van de type-exemplaren. De soort leeft in hoger gelegen gebieden bij zoet water zoals van rivieren, meren en bergstromen.
KNAG
De expeditie die ook deze rat ontdekte, behoorde tot een van de modernste tochten van het Aardrijkskundig Genootschap (later Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap KNAG), die ‘vermeerdering der kennis van de Aardbol’ tot doelstelling had. Om dit doel te bereiken maakte het KNAG tussen 1873 en 1960 meer dan zestig expedities naar landen buiten Europa. In 1939 ging de tot dan toe duurste expeditie van start, met gebruik van de nieuwste technologie, zoals vliegtuigen en radio. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vertrok een gemêleerd gezelschap naar de Wisselmeren in Nieuw-Guinea. Hilbrand Boschma, (1893-1976), toenmalig directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu NCB Naturalis) maakte als zoöloog deel uit van de expeditie en bracht belangrijk zoölogisch materiaal mee, waaronder ook de exemplaren van Hydromys hussoni.
Meer informatie
- Musser G.G. & E. Piik 1982. A new species of Hydromys (Muridae) from western New Guinea (Irian Jaya). Zoologische Mededelingen 56:153-167. PDF
Monday, February 28, 2011
