Oostelijke koeskoes

Oostelijke koeskoes_key visual

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.MAM.33660
Status Holotype
Naam

Didelphis peregrinus Boddaert, 1785

Huidige naam Pseudocheirus peregrinus (Boddaert, 1785)
Verzameld Endeavour River, Queensland, Australië

Koeskoes van Kapitein Cook

Niemand minder dan kapitein James Cook bracht de oostelijke koeskoes met zijn schip de Endeavour mee uit Queensland, in het noorden van Australië. Het was niet Cook zelf die het buideldiertje verzamelde, maar Joseph Banks, wetenschappelijk leider van de expeditie. Het scheelde overigens niet veel of Cook was met een pinguïn thuis gekomen. In het geheim zochten Cook en zijn bemanning naar Terra Australis - tegenwoordig Antarctica - dat ze op een haar na gemist moeten hebben.

Natuuronderzoeker doet belangrijke vondst

NCB Naturalis bewaart het holotype van de oostelijke koeskoes. Als eerstbeschreven exemplaar van de soort is het wetenschappelijk gezien van grote waarde. Het is des te meer bijzonder omdat het werd verzameld tijdens een expeditie van James Cook. Het heeft dus ook cultuurhistorische waarde. Joseph Banks (1743-1820), natuuronderzoeker en wetenschappelijk leider van de expeditie kreeg het vrouwtje naar verluidt op 26 juli 1770 te pakken langs de Endeavour River in Queensland. Samen met een groot aantal andere natuurhistorische objecten van de expedities van Cook kwam het terecht in de collectie van het Bullock Museum in Londen. Daar beschreef de zoöloog Boddaert (1733-1795) de soort in 1785 als Didelphis peregrinus. In mei en juni van 1819 werd de collectie geveild. Coenraad Jacob Temminck (1778-1858), directeur en oprichter van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden (nu NCB Naturalis) en zijn assistent Heinrich Kuhl (1796-1821) waren bij de veiling aanwezig en kochten de koeskoes.

 

Verschil van mening

Volgens Temminck nam Cook het type-exemplaar van zijn derde reis om de wereld mee naar huis. Fredericus Anna Jentink (1844-1913), destijds zoogdierconservator van het museum in Leiden, meende echter dat Cook het vrouwtje al op zijn eerste reis had meegebracht. Tijdens al zijn expedities verzamelde Cook slechts twee koeskoezen: een vrouwtje en een mannetje. Het vrouwtje kan het exemplaar in NCB Naturalis zijn, maar omdat er onduidelijkheid is over het tijdstip waarop het werd verzameld is het niet honderd procent zeker of het ook werkelijk Cooks exemplaar is.

 

 Oostelijke koeskoes_fruit_555

Fruitetende oostelijke koeskoezen. Foto: Wollombi Wikipedia  

Wollig en gevlekt
De oostelijke koeskoes is een klimbuideldier. Het behoort tot de familie van de kleine koeskoezen. De kop-romplengte bedraagt 32-38 cm en het gewicht 660-900 gram. Opvallend is de lange staart, die als grijporgaan dient, een soort vijfde hand dus. Het gezicht is rond en de snuit steekt nauwelijks uit. De ogen staan voorin. Hierdoor beschikken koeskoezen over een stereoscopisch gezichtsvermogen dat nodig is om diepte te schatten terwijl ze over takken bewegen. Hun kleur varieert van rood tot geel, zelfs blauwgroen komt voor. De oorschelpen zijn rond en kort maar zeer geschikt voor het opvangen van zachte geluiden. Op de dichte, zachte pels bevinden zich tal van vlekken. Op de wangen zijn ze licht, maar rond de geslachtsopening kunnen ze oranjerood zijn. De punt van de staart is kaal en wit. Patroon en kleur van de pels zijn in hoge mate variabel, afhankelijk van het leefgebied, leeftijd en gezondheidstoestand van het dier. De kleur geeft dus veel informatie over het individu.

Australie-Endeavour.png

 

Verspreiding

Oostelijke koeskoezen zijn algemeen in Australië langs de oostkust van de punt van Kaap York tot in het zuidoosten. Een aantal geïsoleerde populaties leeft in het zuidwesten van Australië, op Tasmanië en op Kangaroo-eiland, Kingeiland en Flinderseiland. Het holotypye is afkomstig uit Endeavour River National Park in Queensland, Australië.

Gifeters
Oostelijke koeskoezen zijn nachtdieren die vrijwel hun hele leven in bomen doorbrengen. Ze staan bekend om hun trage bewegingen, voortdurend balancerend en met hun staart zoekend naar houvast.
Net als koala's zijn het gespecialiseerde bladeters. Ze delen met deze boombewoner het vermogen om eucalyptusbladeren te eten. Voor de meeste dieren zijn die bladeren giftig omdat ze blauwzuur bevatten. Koeskoezen en koala's hebben echter een speciale spijsvertering. Ondanks dat zorgen ze er wel voor vooral oude bladeren te eten. Die bevatten namelijk minder giftige stoffen, al zijn ze lastiger te verteren.

Koeskoezen zijn sociale dieren die vaak in groepen bij elkaar leven, zeker als er jongen zijn. De paartijd loopt van april tot november en het vrouwtje werpt meestal twee jongen. De oostelijke koeskoes verraadt zijn aanwezigheid door een herkenbaar zacht maar schel piepend geluid.

In het zuiden van Australië leven ze in het dichte regenwoud, waar ze van boombast, twijgen en bladeren nesten maken. Dit in tegenstelling tot koeskoezen in het noorden van Australië, die slechts bij uitzondering een nest bouwen. Ze zoeken liever holle bomen uit om in te slapen. In grote steden hebben ze zich aangepast aan de aanwezigheid van mensen. In tuinen doen ze zich tegoed aan fruit en bloemen.

 

Oostelijke koeskoes_Gould groot
Illustratie uit John Goulds Mammals of Australia, Vol. I Plate 19. Wikipedia

 

 

James Cook
Kapitein James Cook (1728-1779) was een zeeman die zich in gebieden waagde waar nog niemand geweest was. Onder zijn bevel arriveerde het Britse schip de Endeavour in 1770 langs de tropische noordoostkust van Australië, het huidige Queensland. Aan boord bevond zich de botanicus Joseph Banks (1743-1820), een meevarende natuuronderzoeker. Tijdens de reis bracht Cook grote delen van Australië in kaart en zijn vele soorten planten en dieren verzameld. Ook toonde hij aan dat Nieuw-Zeeland uit twee eilanden bestond.

Cook was een Engelse boerenzoon, maar ontwikkelde zich al spoedig tot bekwaam astronoom en cartograaf. Hij heeft meer dan wie ook veranderingen op de wereldkaart aangebracht. De Royal Society, het oudste wetenschappelijk genootschap van Groot-Brittannië, opgericht in 1660, liet hem drie grote reizen ondernemen. Met zijn ontdekkingen op het zuidelijk halfrond legde hij de grondslag voor het Britse imperium in Australië en Oceanië. In het geheim zocht Cook een zuidelijk continent, Terra Australis, maar vond het niet. Naar nu bekend is moet hij Antarctica slechts tot op weinig kilometers zijn genaderd, zonder het te zien. Cook werd tijdens zijn derde grote expeditie op 14 februari 1779 vermoord op Hawaï. Ondanks zijn heldenstatus en beroemdheid werd hij in een ruzie over diefstal in de rug gestoken. De Hawaïanen namen zijn lijk mee het binnenland in en de Engelsen kregen mondjesmaat delen van zijn stoffelijk overschot terug.

James Cook

James Cook  

 

Meer informatie

 

Monday, February 28, 2011 author: Marije Siemensma, Lars van den Hoek Ostende