Ruys' paradijsvogel
| Gegevens type-exemplaar | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer | RMNH.AVES.90521 |
| Status | Holotype |
| Naam | Neoparadisea ruysi Van Oort, 1906 |
| Huidige naam | Neoparadisea ruysi Van Oort, 1906 |
| Verzameld | Geelvinkbaai, Nieuw-Guinea |
Kruising of aparte soort?
Paradijsvogels zijn opvallende vogels, maar Ruys' paradijsvogel is echt een buitenbeentje. Toen de vogel in 1905 langs de Geelvinkbaai in Nieuw-Guinea werd ontdekt, viel onmiddellijk op dat hij kenmerken vertoonde van twee andere paradijsvogels die in die streek voorkomen. Was er sprake van een kruising? Inderdaad zijn paringen tussen verschillende paradijsvogels niet ongewoon, maar 'overspel' tussen de paradijsvogels van de Geelvinkbaai is niet zomaar mogelijk, aangezien ze nogal verschillen in grootte en baltsgedrag. Mogelijk had men toch een nieuwe soort ontdekt.
Pracht en praal
Slechts één exemplaar werd er verzameld door bewoners van Warsembo, een dorp langs de Geelvinkbaai. Meer zijn er ook niet gezien. Via de Nederlandse handelaar Th.H. Ruys belandde de vogel in de collectie van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Daar vergeleek men hem met andere paradijsvogels. Ook deze paradijsvogel valt op door zijn prachtige verenkleed. Lange sierveren en uitbundige donspluimen maken duidelijk dat het om een mannetje gaat. Het fluwelen verenkleed is donker van kleur en overgoten met een olieachtige glans. Zodra er zonlicht op valt, begint de vogel te schitteren. Iridisatie, de verstrooiing van het licht, tovert de sombere veren om in de meest fantastische regenboogkleuren. Ondanks dat is Neoparadisea ruysi minder bont gekleurd dan andere paradijsvogels.
Verspreiding
Over de verspreiding van Ruys' paradijsvogel is niets bekend. Er is immers maar een enkel exemplaar aangetroffen, in de Geelvinkbaai in Nieuw-Guinea. Over de grootte van het leefgebied kan daarom geen uitspraak worden gedaan.
Kruising?
Ornithologen kunnen Ruys' paradijsvogel lastig plaatsen. De vraag is of het om een kruising gaat of om een aparte soort. De vogel vertoont kenmerken van twee andere paradijsvogels die langs de Geelvinkbaai voorkomen: de geelkraagparadijsvogel Diphyllodes magnificus en de kleine paradijsvogel Paradisaea minor. Ruys' paradijsvogel heeft het tweetal lange draadvormige staartveren en de donzen pluimen met de kleine paradijsvogel gemeen. Maar de nekveren en dieppaarse borst lijken weer meer op die van de geelkraag. De mix van kenmerken, maar ook het formaat - precies tussen de twee andere in - lijken op een kruising te wijzen. Een paring tussen de kleine paradijsvogel en de geelkraagparadijsvogel lijkt echter op onoverkomelijke problemen te stuiten. Weliswaar staan paradijsvogels er om bekend dat ze ‘het doen’ met andere soorten, maar het grootteverschil is dusdanig dat een paring fysiek gezien erg lastig is. Bovendien loopt het voortplantingsgedrag sterk uiteen. Mannetjes van de geelkraagparadijsvogel bouwen een prieeltje om een vrouwtje te lokken, maar vrouwtjes van de geelkraagparadijsvogel zijn dat helemaal niet gewend van hun mannelijke soortgenoten. De kans dat een mannetje en een vrouwtje van beide soorten elkaar als partner zien is dus nogal klein.
Onderzijde van het holotype van Neoparadisea ruysi RMNH.AVES.90521. Foto © NCB Naturalis.
Of aparte soort?
Er is dan ook reden om aan te nemen dat we met een aparte soort te maken hebben. Dat was ook de conclusie die Eduard Daniël van Oort (1876-1933) in 1906 trok. De vogelconservator van Rijksmuseum van Natuurlijke Historie zag weliswaar de genoemde overeenkomsten met de kleine en de geelkraagparadijsvogel, maar besloot toch om Neoparadisea ruysi als nieuwe soort te benoemen. Met de soortnaam eerde hij Th.H. Ruys, die de vogel aan het museum schonk. In 1930 zou de ornitholoog Erwin Stresemann (1921-1961) Van Oorts conclusie aanvechten. In een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Novitates Zoologicae neemt hij het standpunt in dat Neoparadisea een hybride is. Zo bezien is Ruys' paradijsvogel een ongelukje, een product van toevallig contact tussen de kleine paradijsvogel en de geelkraagparadijsvogel. In ieder geval is het veelzeggend dat er nooit meerdere exemplaren zijn aangetroffen; als het om een zefstandige soort gaat zou je die toch verwachten. Wie er nu gelijk heeft is nog steeds niet duidelijk. Wellicht kan analyse van het DNA uitsluitsel geven.
Meer informatie
- Dekker R.W.R.J & C. Quaisser 2006. Type specimens of birds in the National Museum of Natural History, Leiden. Part 3. Passerines: Pachycephalidae-Corvidae (Peters's sequence). NNM Technical Bulletin 9: 1-77, Leiden. http://www.repository.naturalis.nl/record/209741
-
Frith C.B. & B.M. Beehler 1998. The Birds of Paradise. Bird Families of the World. Oxford, New York, Tokyo.
-
Fuller E. 1995. The lost birds of paradise. Shrewsbury: Swan Hill.
- Stresemann E. 1930. Welche Paradiesvogelarten der Literatur sind hybriden Ursprungs? Novitates Zoologicae 36: 6-15.
-
van Oort E.D 1906. On a new bird of paradise. Notes from the Leyden Museum 28: 129-130.
Friday, February 25, 2011

