Koolmees

Parus commixtus_key visual 500.jpg

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.AVES.132539, 132540
Status Syntype
Naam Parus commixtus Swinhoe, 1868
Huidige naam Parus major commixtus Swinhoe, 1868
Verzameld Tingchow, China

Gooi nooit oude handgeschreven labels weg!

Dankzij zorgvuldig bewaarde labels weten we dat het de twee Chinese koolmezen in de collectie van NCB Naturalis zijn die de zoöloog Robert Swinhoe gebruikte voor de beschrijving van de soort Parus commixtus. De bijna honderdvijftig jaar oude labels zitten met een touwtje vast aan de poten van de vogels. Er is op te lezen dat Swinhoe de koolmezen een jaar voor de soortpublicatie in Tinchow heeft verzameld. Het is een geluk dat de labels nog bestaan, want oude labels zijn vaak weggegooid toen ze vervangen werden door nieuwe.

Waarde van labels
In augustus 1867 verzamelde de van oorsprong Indiase amateurbioloog Robert Swinhoe meerdere exemplaren van Parus major commixtus in Tingchow (ook bekend als Changting) in het westen van de Oost-Chinese provincie Fujian. Swinhoe werd voor zijn opleiding naar Engeland gestuurd. Hij gaf echter zijn studie in Londen op om voor het Britse consulaat te werken en zodoende werd hij als consul naar China uitgezonden. Zodra zijn werk het toeliet, trok hij er op uit om vogels te bestuderen en te verzamelen. Vervolgens publiceerde hij zijn ontdekkingen. Zo konden ornithologen wereldwijd van Swinhoes passie voor vogels meegenieten. Swinhoe leverde een grootse prestatie, vooral als men bedenkt dat hij het biologische veldwerk deed naast zijn veeleisende baan als consul.

In september 1868 beschreef hij Parus commixtus als nieuwe soort, zich baserend op twee koolmezen die hij in Tingchow had gevangen. We weten dat hij de verzamelaar was omdat hij dat heeft opgetekend op de labels die hij aan de poten van de koolmezen vastmaakte. De door Swinhoe verzamelde vogels zijn dan ook aangemerkt als de type-exemplaren van de soort.

Z.O.Z.
Ook op de achterkant van de labels is waardevolle informatie te lezen. De ommezijde vermeldt Frank, 1877, een verwijzing naar de Duitse handelaar Gustav Adolph Frank (1808-1880), die vanuit Amsterdam handelde in natuurhistorische objecten en met wie het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden, een van de voorlopers van NCB Naturalis, veel zaken deed. Waarschijnlijk zijn Swinhoes Chinese koolmezen via deze handelaar vanuit het British Museum of Natural History (Londen) in Leiden terecht gekomen. Swinhoe was in dienst van de Britse regering en het is daarom waarschijnlijk dat het natuurhistorische materiaal dat hij in China verzamelde naar Engeland werd verscheept.

Tingchow_klaar_voor_web.png

Verspreiding
Parus major commixtus komt voor in China, ten zuiden van de Yangtze-rivier en ten oosten van de provincie Yunnan. Daarnaast zijn de vogels te vinden in Hong Kong en Noord-Viëtnam. De type-exemplaren zijn gevonden in Tingchow, nabij Beijing.

Voortschrijdend inzicht
Volgens Swinhoe was Parus commixtus een nieuwe soort, maar sommige ornithologen denken dat het wel eens een kruising zou kunnen zijn tussen P. m. cinereus en P. m. minor. Koolmezen staan er om bekend dat ze paren met andere koolmeesvormen die in hetzelfde gebied voorkomen. De arealen van deze twee ondersoorten raken elkaar van de zuidoostkust van China westwaarts tot aan Noord-Thailand. Hybridisatie in dat gebied zou goed mogelijk zijn. Misschien dat Swinhoe ook met die gedachte heeft gespeeld. De soortnaam commixtus (= gemengd) doet daar in ieder geval sterk aan denken. DNA-onderzoek dat de laatste jaren veel wordt toegepast, zal ons waarschijnlijk kunnen vertellen of Parus major commixtus een hybride is of toch een aparte ondersoort. 

Tientallen ondersoorten
Parus major commixtus wordt tegenwoordig beschouwd als een ondersoort van 'onze' koolmees, Parus major. Koolmezen zijn kleine, levendige vogeltjes, die van het puntje van de snavel tot het puntje van de staart ongeveer veertien centimeter meten. Ze hebben een korte priemsnavel en sterke poten, waarmee ze goed kunnen klimmen. Kenmerkend voor koolmezen is het zwarte petje, gecombineerd met witte wangen en een zwarte 'stropdas'. Ook Parus major commixtus voldoet aan dit signalement.

Koolmezen behoren tot de echte mezen (Paridae) en zijn gescheiden in drie geografische groepen, die door sommige vogelkenners als aparte soorten worden beschouwd: de minor-, cinereus- en major-groepen. Binnen deze groepen zijn weer verschillende ondersoorten te onderscheiden. Parus major commixtus lijkt veel op koolmezen uit de minor-groep, maar heeft afwijkende kleuren. De veren op de bovendelen zijn minder groen dan die van cinereus-koolmezen, de buikveren zijn bleekgrijs tot roze en de grijszwarte staartveren zijn donkerder.

 

Parus commixtus_key onderzijde 500.jpg

Syntype van Parus commixtus. RMNH.AVES.132540. Foto © NCB Naturalis.

Onuitputtelijk zangrepertoire
Koolmezen staan bekend om hun muzikale zang. Ze produceren schelle tonen met een metaalachtige klank. Vooral mannetjes hebben een complex en gevarieerd repertoire. Nog steeds zijn de verschillende zangpatronen van de koolmees een geliefd onderzoeksonderwerp voor wetenschappers. Er zijn opnames van koolmezen met wel veertig verschillende wijsjes. Deskundigen denken dat koolmezen de variaties gebruiken om andere koolmezen te bedriegen: door veel verschillende melodieën te fluiten moet de buurmees denken dat het gebied al dicht bevolkt is en dat hij beter elders zijn heil kan zoeken.

Koolmezen zijn brutale vogels die alleen, in paartjes of in troepen leven. Ze eten voornamelijk insecteneitjes, larven of spinnen en oliehoudende zaden. Ze broeden in holen en leggen acht tot tien witte, roodgestippelde eieren. Terwijl het vrouwtje de eieren uitbroedt, zorgt het mannetje voor voedsel. Aan het einde van het broedseizoen zwerven de mezen in familietroepen rond. Toch sneuvelt al voor de winter de helft van de jongen door onderlinge rivaliteit of ze vallen ten prooi aan sperwers.   

Meer informatie

 

Friday, February 25, 2011 author: Marije Siemensma, Caroline van der Mark