Mees' monarch
| Gegevens type-exemplaar | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer | RMNH.AVES.68135 |
| Status | Holotype |
| Naam | Monarcha sacerdotum Mees, 1973 |
| Huidige naam | Monarcha sacerdotum Mees, 1973 |
| Verzameld | Sesok, West-Flores, Indonesië |
Gezegende vogel
Mees’ monarch is in het wild erg zeldzaam. Op het Indonesische eiland Flores komen slechts kleine aantallen voor. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de soort maar in enkele museumcollecties is vertegenwoordigd. NCB Naturalis is een van de gelukkigen die een exemplaar hebben en nog wel het meest bijzondere: het holotype. Het museum dankt deze schat aan de verzameldrift van een missionaris.
Ontdekking
Het holotype van Mees' monarch is op 25 september 1971 op West-Flores verzameld door de Nederlandse priester Erwin Schmutz. Deze missionaris ving het exemplaar in de bergen bij Sesok, op 1000 meter hoogte. Zoals veel andere natuurhistorische voorwerpen die Schmutz verzamelde, kwam ook de monarch terecht in de collectie van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Toen vogelconservator Gerlof Mees het exemplaar bestudeerde, viel het hem op dat de vogel er anders uitzag dan de monarchen die hij kende. Na uitvoerige vergelijking met verschillende soorten Indonesische vliegenvangers beschreef hij Monarcha sacerdotum als nieuwe soort.
Kleurvariatie
In 1973 publiceerde Mees de soortbeschrijving in Zoölogische Mededelingen, het wetenschappelijke tijdschrift van het museum. Mees merkte op dat M. sacerdotum veel lijkt op de brilmonarch M. trivirgatus, die onder meer op de Molukken voorkomt. Echter, de roestbruine veren die typerend zijn voor deze soort, ontbreken en de staartveren zijn veel witter. De onderzoeker hield de mogelijkheid open dat het holotype een mannelijk exemplaar kon zijn van een populatie brilmonarchen op Flores die afwijkende kleuren vertoont. Toch besloot hij voor een nieuwe soort te gaan, hoewel het wetenschappelijk gezien vrij mager is om een soort op basis van één enkel exemplaar te definiëren. Binnen een soort komt immers vrijwel altijd individuele variatie voor, en om die te kennen zijn meerdere exemplaren nodig. Maar Mees beschikte daar niet over en kon dus niet beoordelen of de uiterlijke kenmerken systematisch afwijken van die van de brilmonarchen op Flores. Zijn argument om de monarch toch als een nieuwe soort te beschouwen is het feit dat individuele kleurvariatie juist bij Indonesische monarchen niet voorkomt. Zoals de mannelijke brilmonarchen op Flores aantonen, is hiervan slechts bij hoge uitzondering sprake. Mees achtte de kans dat het een zelfstandige soort betrof dus groter.
Holotype van Monarcha sacerdotum, RMNH.AVES.68135. Foto © NCB Naturalis.
Geschenk uit de hemel
De soortnaam sacerdotum is een verwijzing naar Schmutz die de vogel verzamelde. Sacerdotum is een samenstelling van de Latijnse woorden sacerdos (priester) en dotum (schenken): geschonken door een priester dus. Mees had de soort ook Monarcha schmutzi kunnen noemen, maar wilde met de soortnaam ook zijn waardering uitspreken voor een andere Nederlandse geestelijke die een grote bijdrage heeft geleverd aan de kennis van de vogels van Flores. Het gaat om Jilis Verheijen (1908-1997), die evenals Schmutz van 1963 tot 1997 op Flores als missionaris diende. Ook Verheijen hield zich graag bezig met het verzamelen van natuurhistorisch materiaal en veel van wat hij bijeenbracht, doneerde hij aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Op de originele labels die Schmutz aan zijn vondsten bevestigde staan de letters SVD. Dit is een afkorting van Societatis Verbi Divini, de Orde van het Goddelijk Woord, waaraan zowel Schmutz als Verheijen verbonden waren.
Kleine monarch
Mees’ monarch behoort tot de Monarchidae, de monarchen en waaierstaartvliegenvangers. Met zijn 15,5 centimeter lengte is het een van de kleinere monarchen. De vogel heeft een donkergrijze rug en een witte onderzijde. De kop is zwart, evenals de smalle en puntige snavel. Aan de basis is de snavel bedekt met veertjes, niet met haren zoals vliegenvangers die vaak hebben. Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit. Jongen zijn blauwgrijs van kleur.
Mees' monarch komt alleen voor op Flores, een van de kleine Sunda-eilanden in de Indonesische Archipel. De soort is endemisch, wat wil zeggen dat hij nergens anders voorkomt. Het holotype is gevonden op Sesok in West-Flores.
Bosvogel
Mees' monarchen houden ze zich het liefst op in vochtige, altijdgroene hellingbossen tussen de 350 en 1000 meter hoogte. Vooral tussen 700-900 meter hoogte zijn ze te vinden. In tegenstelling tot veel andere vliegenvangers jagen ze niet op vliegende prooien, maar op insecten, rupsen en wormen die zich tussen de bladeren van bomen en struiken verschuilen. De nasale roep 'schr schr schr' wordt afgewisseld met een in toonhoogte stijgende fluitriedel. In geval van nood stoten de vogels drie of vier keer achter elkaar een harde alarmkreet uit, en daarna laten ze een zacht en stijgend 'whiiieh, whiiieh, whiiieh' horen. Het nest is niet meer dan een ondiepe kom in de vork van een tak. Beide partners wisselen elkaar af bij het uitbroeden van de eieren. Veel is er verder niet bekend over de voortplanting. Pas een paar keer zijn jongen waargenomen die net het nest hadden verlaten.
Voortbestaan bedreigd
De soort wordt in het voortbestaan bedreigd omdat zijn leefgebied door houtkap en de aanleg van wegen versnipperd raakt.
Meer informatie
- Coates B., G. Dutson, C. Filardi, P. Clement, P. Gregory & K. Moeliker 2006. Family Monarchidae (Monarch-flycatchers). In: J. del Hoyo, A. Elliott & D.A. Christie (eds.). Handbook of the Birds of the World. Volume 11: Old World Flycatchers to Old World Warblers. Lynx Edicions, Barcelona, Spain.
- Mees G.F. 1973. Description of a new member of the Monarcha trivirgata-group from Flores, Lesser Sunda Islands (Aves, Monarchinae). Zoologische Mededelingen 46: 179-181. http://www.repository.naturalis.nl/record/318829
Thursday, February 24, 2011

