Langsnavelhoningeter

Arachnothhera vagans_Key Visual_500.jpg
Gegevens type-exemplaren  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.AVES.90677, 90678, 90679
Status Syntypes
Oorspronkelijke naam Arachnothera vagans Bernstein, 1864
Huidige naam Melilestes megarhynchus vagans (G.R. Gray, 1858)
Verzameld 1863 op Waigeo (Molukken) door Heinrich Bernstein

Verwarring rond tijdstip soortpublicatie

Een soort kan in de regel maar één keer als nieuw de boeken ingaan, maar elke regel kent zijn uitzondering. De gepassioneerde ornitholoog Heinrich Bernstein publiceerde Arachnothera vagans maar liefst drie keer, steeds in een ander artikel. Op zich is dat geen ramp, maar omdat de tijdstippen waarop de artikelen verschenen niet precies bekend zijn, tobben wetenschappers een beetje met de soortnaam. Volgens de regels van de zoölogische naamgeving is die pas compleet als erachter de naam van de beschrijver staat én het jaar waarin de beschrijving is gepubliceerd.

Verzameltochten voor het vaderland
Na de dood van Coenraad Temminck (1778-1858), de eerste directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden, legde zijn opvolger Hermann Schlegel (1804-1884) veel nadruk op de uitbreiding van de zoölogische collecties. Schlegel had de regering ervan overtuigd dat het van belang was om de verzameltochten in Nederlands-Indië te intensiveren om meer kennis te krijgen van de natuur van de archipel. In 1859 stuurde Schlegel Heinrich Bernstein (1828-1865) als een van de eerste natuuronderzoekers op pad. In het voorjaar van 1863 verzamelde hij een drietal exemplaren van Arachnothera vagans op het Molukse eiland Waigeo. Bernstein bezocht ook andere eilanden, waaronder Batjan, Halmahera en Gemien, waardoor zijn verzameling natuurhistorische voorwerpen zienderogen groeide. In augustus van hetzelfde jaar nam hij alles mee naar zijn uitvalsbasis op Ternate, een eiland voor de kust van Halmahera.

Drie keer eer van zijn werk
Na terugkeer in Nederland publiceerde Bernstein Arachnothera vagans als nieuwe soort. Daarbij gebruikte hij de op Waigeo verzamelde exemplaren als (syn)typen. Bernstein publiceerde de soort niet eenmaal, maar drie keer, en dan ook steeds in een ander tijdschrift. Elk artikel week slechts licht af van het vorige. Omdat Bernstein steeds ‘Nov. Sp.’ (Novum species = nieuwe soort) achter de wetenschappelijke naam vermeldde, telt elk artikel als een aparte soortpublicatie. Dit levert een probleem op, want volgens de regels van de zoölogische naamgeving is een soortnaam pas volledig als erachter ook de naam van auteur wordt genoemd, plus het jaartal waarin de soort werd beschreven. We moeten dus weten welke soortbeschrijving het eerst verscheen. Maar dat is helaas niet meer te achterhalen. Destijds werden de verschijningsdata van tijdschriften namelijk niet goed bijgehouden. Om toch een jaartal achter de auteur te kunnen noemen, is voor Arachnothera vagans voor een praktische aanpak gekozen. Men heeft 1864 genomen, het jaar waarin Bernstein terugkeerde in Nederland.

Waigeo.png

Verspreiding
Langsnavelhoningeters leven uitsluitend in Nieuw-Guinea, Aru, West-Papua, Yapen en de Molukken (o.a. op Waigeo). Subtropische tot tropische natte laaglandbossen vormen hun favoriete leefgebied. Maar ook in het hoogland (tot maximaal 1500 meter) komen ze voor. De syntypes zijn in 1863 door Heinrich Bernstein op Waigeo (Molukken) gevonden.

Honingdieven
De langsnavelhoningeter meet van snavel- tot staartpunt 21 tot 23 centimeter. Het is daarmee een van de grotere honingeters. Het lichaam is tamelijk fors en heeft weinig opsmuk, afgezien van pluimen op de flanken, die typerend zijn voor honingeters. Het verenkleed is olijfbruin en de ogen oranje. De lange en gebogen snavel is een ideaal instrument om nectar uit diepe bloemkelken op te zuigen. Uit deze suikerrijke vloeistof haalt de honingeter veel energie. Maar de snavel is een multifunctioneel stuk gereedschap: de vogels gebruiken hem ook om kleine beestjes onder schors vandaan peuteren. Prikkend in rottend hout en bladerhopen speuren ze naar spinnen en hagedissen. Het opvallende voedselgedrag verklaart ook de oorspronkelijke wetenschappelijke naam: Arachnothera vagans betekent zoveel als 'scharrelende spinneneter.' Uit het dierlijke voedsel haalt de honingeter eiwitten die nodig zijn voor de bouw van het skelet en voor de aanmaak van eierschalen.

Arachnothera vagans_onderzijde_500.jpg
Syntype van Arachnothera vagans, RMNH.AVES.9077. Foto © NCB Naturalis.

Verborgen leefwijze
De vogels leven solitair, soms ook in paren. Hoewel ze niet zeldzaam zijn, laten ze zich niet vaak zien. Meestal verbergen ze zich in de ondergroei of de middenetage van het regenwoud. Slechts af en toe wagen ze zich bovenin de boomkronen of langs bosranden. Geluidsherkenning biedt niet veel soelaas. De drietonige roep (whit whit whit of whit tt whit) lijkt veel op de zang van de geelborsthoningeter (Xanthotis flaviventer). Het nest is een diepe, bekervormige constructie van mos, wortels en dode bladeren; meestal gemaakt tegen een boomstam of in de vork van een tak, maar soms ook onder rieten daken. Het vrouwtje legt twee eieren, die na twee weken uitkomen. Nog twee weken later vliegen de jongen uit. In een jaar brengt een ouderpaar vaak twee, soms zelfs drie broedsels groot. Legsels zijn waargenomen van april tot december, buiten de moessonperiode.

Heinrich Agathon Bernstein (1828-1865)

Geboren in Silezië (nu Polen), studeerde hij geneeskunde en natuurwetenschappen. Bernstein emigreerde naar Nederland, gedreven door zijn voorliefde voor ornithologie en zijn wens om de vogelwereld van het voormalige Nederlandsch-Indië te bestuderen. Via een betrekking als scheepsarts belandde hij in de oost. In 1855 werkte Bernstein op Java als directeur van de gezondheidsinrichting te Gadok (bij Buitenzorg, nu Jakarta). In zijn vrije tijd hield hij zich fanatiek bezig met het verzamelen van natuurhistorische voorwerpen. Vanwege zijn opgedane kennis werd Bernstein in 1860 officieel benoemd als natuuronderzoeker voor de Molukken. Vanuit het basiskamp op het eiland Ternate ondernam hij acht verzamelreizen naar de omliggende eilanden en Nieuw-Guinea. Op een daarvan ving hij de langsnavelhoningeter die nu als type-exemplaar wordt bewaard in de collectie van NCB Naturalis.

Meer informatie

Monday, March 7, 2011 authors: Marije Siemensma, Caroline van der Mark