Kusaie-spreeuw
| Gegevens type-exemplaar | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer | RMNH.AVES.90380, 90381 |
| Status | Syntype |
| Naam | Lamprotornis corvina Von Kittlitz, 1833 |
| Huidige naam | Aplonis corvina (Von Kittlitz, 1833) |
| Verzameld | Kusaie, Caroline-eilanden |
Ratten werden spreeuwen fataal
De Kusaie-spreeuw in de collectie van NCB Naturalis is een treffend voorbeeld van verdwenen biodiversiteit. In 1827 verzameld en in 1833 beschreven door de zoöloog Von Kittlitz, stierf de spreeuw korte tijd later uit. Vermoedelijk door toedoen van per ongeluk aan land gebrachte scheepsratten.
Ontdekking en naamgeving
Kusaie (of Kosrae) is een eiland binnen de Caroline-Archipel in de westelijke Stille Oceaan. Toen de Duitse bioloog Friedrich von Kittlitz (1799-1874) Kusaie rond 1830 bezocht, nam hij als eerste westerling de spreeuw waar. Von Kittlitz was als natuuronderzoeker in dienst van de Russische Academie van Wetenschappen. Aan boord van een expeditieschip maakte hij een wereldomspannende ontdekkingsreis. Zijn opdracht was om onderweg natuurhistorisch materiaal te verzamelen voor het natuurhistorisch museum in Sint-Petersburg, nog steeds een van 's werelds belangrijkste natuurhistorische musea. Van de Kusaie-spreeuw bracht Von Kittlitz meerdere exemplaren mee naar huis.
De Stille Oceaan was een van de gebieden waar de ontdekkingsreiziger doorheen voer op zijn tocht, die van 1826 tot 1829 duurde. In die toch vrij korte periode wist Von Kittlitz ruim 750 diersoorten te verzamelen, waaronder 314 vogels. Daar zaten meerdere soorten bij die inmiddels zijn uitgestorven. Het is bijzonder te realiseren dat Von Kittlitz de enige wetenschapper is geweest die deze uitgestorven soorten in de vrije natuur heeft kunnen observeren. Zijn waarnemingen legde hij vast in Kupfertafeln zur Naturgeschichte der Vögel. Dit driedelige werk uit 1833 is voor ornithologen nog steeds van groot belang vanwege de vele informatie over uitgestorven vogels. Op basis van meerdere exemplaren die hij verzamelde, beschreef Von Kittlitz in Kupfertafeln de Kusaie-spreeuw als Lamprotornis corvina.
Syntype van de Kusaie-spreeuw Lamprotornis corvina, RMNH.AVES.90381, een jong vrouwtje. Foto © NCB Naturalis.
Schepen zetten ratten aan land
Een van die exemplaren kwam na omzwervingen terecht in 's Rijks Museum van Natuurlijke Historie te Leiden. Bij dit museum was assistent-conservator Otto Finsch (1839-1917) verantwoordelijk voor het beheer van de vogels. Omdat de beschrijving in Kupfertafeln zur Naturgeschichte der Vögel niet alle vragen over de Kusaie-spreeuw beantwoordde, besloot Finsch op zoek te gaan naar de vogel. Hij reisde in de voetsporen van Von Kittlitz naar Kusaie in de hoop exemplaren in het wild te kunnen waarnemen. Het bleek echter ijdele hoop: kort na de ontdekking was de spreeuw namelijk uitgestorven. Vermoedelijk zijn ratten de soort noodlottig geworden. Deze knaagdieren werden niet met opzet aan land gebracht, maar grepen hun kans toen de walvisvaarders hun schepen op het strand zetten om aangroei van mossels te verwijderen en om de schepen te repareren. Ratten waren in die tijd normale verstekelingen aan boord. Via loopplanken of touwen waren ze in de thuishaven aan dek geklommen, aangelokt door de rijke voedselvoorraden waarmee het schip voor zijn lange reis werd uitgerust. Tienduizenden kilometers van huis kregen de ratten weer de kans (en vast ook weer zin) om van boord te gaan. Zo raakte Kusaie spoedig bevolkt met nieuwe, hongerige bewoners. Op het eiland vraten de ratten alles wat hen voor de bek kwam. Ze plunderden nesten van vogels om zich tegoed te doen aan de eieren, ook die van de Kusaie-spreeuw. Finsch vond de Kusaie-spreeuw dus niet terug, maar op het naburige Pohnpei (of Ponapé) trof hij wel een nauwverwante, kleinere spreeuw aan, Aplonis pelzelni, ook wel Ponapé-purperspreeuw genoemd. Deze soort wist langer te overleven dan de Kusaie-spreeuw. De laatste waarneming dateert uit 1995, toen een eilandbewoner een exemplaar schoot en overhandigde aan Amerikaanse onderzoekers.
Museumontdekking
Lange tijd is gedacht dat de twee huiden van de Kusaie-spreeuw in de collectie van het natuurhistorisch museum van Sint-Petersburg de enige overblijfselen waren van de Kusaie-spreeuw. In 1966 ontdekte vogelconservator Gerlof Mees echter ook twee huiden in de collectie van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Uit de gegevens op het label blijkt dat ook deze door Von Kittlitz van Kusaie meegenomen waren. Vermoedelijk zijn ze door een ruiling met het museum van Sint-Petersburg in Leiden terechtgekomen. Later werd in Sint-Petersburg nog een derde huid ontdekt. U raadt het al: ook door Von Kittlitz verzameld. In totaal zijn van de Kusaie-spreeuw dus vijf huiden bewaard gebleven. Weinig, maar beter dan niets. Samen met Von Kittlitz' Kupfertafeln houden de huiden de herinnering aan de vroegere biodiversiteit van Kusaie levend.
Verspreiding
Purperspreeuwen waren ooit wijd verbreid in Oost-Azië en Oceanië. Van Java en Indo-China tot de Fiji- en Samoa-eilanden kwamen 24 soorten voor. Naturalis bezit drie uitgestorven soorten: de Kusaie-spreeuw, de Ponapé-purperspreeuw (Aplonis pelzelni) en de bruine purperspreeuw (Aplonis fusca). Van de nog levende purperspreeuwen worden inmiddels meerdere soorten met uitsterven bedreigd. Het type-exemplaar van de Kusaie-spreeuw is gevonden op één van de Caroline-eilanden.
Zwart en glanzend
Mannetjes waren overwegend zwart en hun verenkleed straalde een opvallende glans uit als er licht op scheen. De oude naam 'glansvogel' (van het Latijnse lamprotes = glans, ornis = vogel) verwijst hiernaar. Vrouwtjes hadden een witbruin verenkleed. Beide seksen vielen op door hun lange snavel.
Net op tijd ontdekt
Omdat er weinig waarnemingen zijn gedaan, weten we niet zo veel van de Kusaie-spreeuw. Al ten tijde van de ontdekking, omstreeks 1827, was de vogel een zeldzame verschijning op Kusaie, het eiland in de Stille Oceaan waar de spreeuw voorkwam. De soort werd ontdekt vlak voor hij uitstierf. Het weinige dat we uit ooggetuigenverslagen weten is dat de spreeuw solitair leefde en geen groepen vormde zoals bij spreeuwen gebruikelijk is. Hij zocht zijn voedsel op de grond en in bomen. Op het menu stonden insecten, wormen, vruchten, allerlei zaden, eieren, schaaldieren, vissen, kikkers en hagedissen. Het was dus een alleseter. Hoe de zang geklonken heeft is helaas niet opgetekend.
Meer informatie
- Hume J.P. 2002. Notes on the extinct Kosrae Starling Aplonis corvina Kittlitz, 1833. Bulletin of the British Ornithologist's Club 122: 141-154.
- Hume J.P. & A. Peterson 2003. The correct publication date of Aplonis corvina (Kittlitz, 1833). Bulletin of the British Ornithologist's Club 123: 207-208.
- Mees G.F. 1964. Twee exemplaren van de uitgestorven glansspreeuw Aplonis corvina (Kittlitz) in het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden. Ardea 52: 190-193.
- von Kittlitz F.H. 1833. Kupfertafeln zur Naturgeschichte der Vögel. I-III. Frankfurt am Main.
- http://www.extinctbirds.nl/ voor nog meer informatie over deze en andere uitgestorven vogels in de verzameling van Naturalis.
Thursday, February 24, 2011

