Japanse pestvogel

Japanse pestvogel_key visual

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.AVES.89171
Status Holotype
Naam Bombycilla phœnicoptera Temminck, 1828
Huidige naam Bombycilla japonica (Siebold, 1824)
Verzameld Japan

Herontdekt holotype 

Soms heeft een museum zonder het te weten een bijzonder exemplaar in huis. Zo kwam NCB Naturalis er nog niet zo lang geleden achter dat het al jaren het holotype bewaart van de Japanse pestvogel.

Von Siebold
De eerste Europeaan die over de Japanse pestvogel schreef is Philipp Franz von Siebold (1796-1866). Von Siebold was arts in dienst van de VOC en doceerde Westerse geneeskunst aan Japanse studenten. Hij woonde op de Nederlandse handelspost Decima, een door de Japanners aangelegd kunstmatig eiland in de baai van Nagasaki. Naast zijn werk als medicus bestudeerde Von Siebold de flora en fauna van het gastland. Hij gebruikte hiervoor de uitgebreide natuurhistorische collectie die was aangelegd door Jan Cock Blomhoff (1779-1853). Cock Blomhoff was het hoofd van de Nederlandse handelspost op Decima, maar hield zich in zijn vrije tijd fanatiek bezig met het bijeenbrengen van planten en dieren. Von Siebold verzamelde ook zelf natuurhistorische objecten. In 1824 benoemde hij de Japanse pestvogel als Bombycilla japonica, op basis van een exemplaar uit de verzameling van Cock Blomhoff. In zijn beschrijving noemt Von Siebold rode uiteinden van de vleugels als een van de onderscheidende kenmerken, wat impliceert dat hij voor de soortbeschrijving een mannetje heeft gebruikt.

Herontdekt
Op een gegeven moment werden de opgezette dieren van Cock Blomhoff per schip naar Nederland verzonden. In 1824, nog voor de collectie arriveerde, stuurde Von Siebold een brief naar de directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie. Hierin vraagt hij Coenraad Jacob Temminck (1778-1858) om een afbeelding van de Japanse pestvogel te laten maken zodra die in Nederland aankwam. Op de tekening die Temminck liet maken is echter een pestvogel te zien zonder rode vleugelpunten. Het is dus een ander exemplaar dan Von Siebold gebruikte voor de soortbeschrijving. Kennelijk bevatte de verzameling van Cock Blomhoff ook een vrouwtje en werd die geportretteerd. 

Onlangs legde NCB Naturalis het verband tussen Von Siebold en een pestvogel met rode vleugelpunten die in 1828 door Temminck was beschreven als Bombycilla phœnicoptera. Volgens het aangehechte label is het exemplaar in 1827 in de collectie opgenomen. Gezien de datum waarop de vogel binnenkwam kan het bijna niet anders dan dat ook deze pestvogel afkomstig is uit de collectie van Cock Blomhoff. Het museum denkt dan ook dat dit het mannetje is dat Von Siebold gebruikte voor de soortbeschrijving. Daarom wordt het nu beschouwd als het holotype van Bombycilla japonica.

Japanse pestvogel_555

Holotype van de Japanse pestvogel RMNH 89171. Foto: NCB Naturalis.

Uiterlijk
De Japanse pestvogel lijkt veel op de Europese pestvogel Bombycilla garrulus, maar er zijn verschillen. Zo is de Japanse pestvogel getooid met een rode eindband aan de staart in plaats van een gele. Verder is hij te herkennen aan een karakteristieke roodbruine kuif, een zwart oogmasker en een zwarte keelvlek. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk uit elkaar te houden. Het vrouwtje is iets bleker, heeft iets minder rode veren op de vleugels en de rode lakstaafjes die de vleugels van de mannetjes sieren zijn soms afwezig.

Japan.png

Noorderlingen
Japanse pestvogels overwinteren in Japan, Noord- en Zuid-Korea, Noord-China en Taiwan. Hoe streng en lang de winter ook is, de vogels kunnen zich prima staande houden. Bij voedseltekort ondernemen ze trektochten naar voedselrijkere gebieden met veel vruchtdragende struiken. Behalve met vruchten voeden ze zich met jonge bladknoppen en bloemen en 's zomers jagen ze op insecten. Ze broeden uitsluitend in het uiterste oosten van Rusland. De broedplek wordt gekozen op de aanwezigheid van fruit en water. Vooral water is onmisbaar, omdat in de buurt daarvan veel insecten zijn te vinden. Het nest wordt door het vrouwtje gemaakt van takjes, gras en korstmossen, het liefst in een conifeer. Ze legt vijf eieren, die na ruim twee weken uitkomen. Tijdens het broeden voert het mannetje haar met insecten. Ook de jongen worden met dit eiwitrijke voedsel gevoerd, tot ze na twee weken uitvliegen. Japanse pestvogels zijn sociaal. Paartjes nestelen dicht bij elkaar op een voedselrijke plek. Omdat ze onderling geen territorium verdedigen, ontbreekt een karakteristieke zang. De roep klinkt als een rinkelend belletje.

Japanse pestvogel_prent

 

Prent van de Japanse pestvogel uit Planches Coloriées des Oiseaux van Temminck.

 

 

Overdragers van de pest
De naam pestvogel is ontstaan in de tijd dat in ons land de pest heerste. Het kon
geen toeval kon zijn dat er vaak een pestepidemie uitbrak nadat zich in de winter grote zwermen gekuifde vogels in de buurt van huizen lieten zien. Niemand wist toen dat deze trekvogels niets met het overbrengen van de pest te maken hadden, maar door voedselgebrek gedwongen waren om vanuit hun noordelijke leefgebied uit te zwermen naar zuidelijker streken.

Meer informatie

Friday, February 25, 2011 author: Marije Siemensma, Caroline van der Mark