Fijihoningeter
| Gegevens type-exemplaar | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer | RMNH.AVES.90784, 90785 |
| Status | Syntypes |
| Oude naam |
Ptilotis procerior Finsch & Hartlaub, 1867 |
| Huidige naam | Foulehaio carunculata procerior (Finsch & Hartlaub, 1867) |
| Verzameld | Ovalau, Fiji |
Honingeters van een rijke privéverzamelaar
De twee syntypen van de Fijihoningeter in Naturalis zijn afkomstig uit het privémuseum van de Hamburgse ondernemer Johann Godeffroy. Deze rijke handelaar en scheepsmagnaat liet op zijn schepen verzamelaars meereizen om natuurhistorische en volkenkundige schatten uit verre streken bijeen te brengen. Tal van nieuwe diersoorten werden zo ontdekt. De Fijihoningeter was een van de wonderlijke soorten uit Melanesië, het eilandenrijk in de Stille Oceaan dat destijds nog tal van geheimen kende.
Ontdekking
De syntypen van de Fijihoningeter zijn verzameld door de Zwitserse entomoloog Eduard Gräffe (1833-1916), toen deze in 1861 werd uitgezonden om natuurhistorisch materiaal te verzamelen voor het privémuseum van de rijke handelsman Johan Godeffroy (1813-1885) in Hamburg. In 1866 bezocht Gräffe de Fiji-eilanden en slaagde erin om drie exemplaren van de honingeter te pakken te krijgen. Aanvankelijk kwamen ze terecht in Hamburg, daarna verhuisden ze naar het Überseemuseum in Bremen, waar ze onderzocht werden door Otto Finsch (1839-1917) en Gustav Hartlaub (1814-1900). Beide ornithologen concludeerden dat het om een nieuwe honingeter ging, die ze beschreven als Ptilotis procerior.
Bombardementen
De privéverzameling van Godeffroy raakte rond 1880 verspreid over verschillende natuurhistorische en volkenkundige instellingen in Europa. Het zoölogische materiaal, dat als zeer waardevol werd beschouwd vanwege de grote hoeveelheid zeldzame vogels, waaronder vele type-exemplaren, ging in 1886 over naar het Naturwissenschaftliches Museum, dat zich eveneens in Hamburg bevond. Tijdens de geallieerde bombardementen van 1943 werd het museum grotendeels in de as gelegd. Onvervangbaar wetenschappelijk materiaal ging verloren. Gelukkig bleven de drie syntypen van de Fijihoningeter dit lot bespaard. Twee exemplaren waren namelijk al in 1869 in het bezit gekomen van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Een derde exemplaar, het lectotype, was ruim voor de bombardementen naar het Überseemuseum in Bremen gestuurd en ontsnapte daardoor ook aan vernietiging.
Verspreiding Zoals hun naam aangeeft, zijn Fijihoningeters endemisch in de Fiji-archipel. Foulehaio carunculata procerior komt voor op Ovalou, Viti Levu, de Yasawas, Bega en Vatulele. De syntypes zijn verzameld op Ovalou, een klein Fiji-eiland.
Uiterlijk
Met een lengte van negentien centimeter behoort de Fijihoningeter tot de middelgrote soorten binnen de familie Meliphagidae. Het meest opvallend is de gebogen snavel, die de vogel gebruikt om nectar uit bloemkelken te halen. Het verenkleed van mannetjes is bleek-olijfgroen, dat van vrouwtjes is geler. De meeste Fijihoningeters hebben een opvallende geeloranje lel aan de basis van de snavel. Bij de ondersoort F. c. procerior ontbreekt zo’n kale lel. In plaats daarvan heeft hij een kale witte plek, omlijnd met een zwarte rand.
Syntype van Ptilotis procerior, RMNH.AVES.90785. Foto © NCB Naturalis.
Agressieve vogels
Het leefgebied bestaat uit mangroven en struikgewas langs de kust, maar ook in bergbossen, parken en tuinen voelen de vogels zich thuis. Het zijn actieve dieren die voortdurend van bloem naar bloem wippen, op zoek naar nectar. Dit vloeibare dieet wisselen ze af met fruit, en vooral tijdens het broedseizoen jagen ze ook op spinnen en insecten. Ze lusten graag een hagedis of gekko tussendoor. Het dierlijke voedsel is onmisbaar om het eigen lichaam en dat van de jongen te voorzien van de broodnodige eiwitten, die onder andere nodig zijn voor de groei van het skelet. Zoals veel honingeters, vertonen ze nogal agressief gedrag. Met verve verdedigen ze hun nest of favoriete nectarbron, zelfs tegen grotere vogels. Het nest is fragiel en gebouwd van fijn gras, ranken van klimplanten, zachte wortels en spinnenwebben. Het hangt bij voorkeur aan een rechte tak. Per keer legt het vrouwtje slechts één ei, dat roodbruin van kleur is en voorzien van spikkels. Het jong krijgt de volle aandacht van beide ouders, die af en aan vliegen met lekkere hapjes.
Foulehaio carunculata procerior. Uit: Zoology VIII - plaat 12.
Meer informatie
- Finsch O. & G. Hartlaub 1867. Beitrag zur Fauna Centralpolynesiens: Ornithologie der Viti-, Samoa- und Tonga-Inseln: 1-290. Halle.
- Pratt H.D., P.L. Bruner & D.G. Berrett 1987. A field guide to the birds of Hawaii and the Tropical Pacific. Princeton University Press.
- Sclater P.L. 1881. Report on the Birds collected during the voyage of H.M.S. Challenger in the Years 1873-1876. ZOOLOGY Volume VIII.
- Watling D. 2004. A guide to the birds of Fiji and Western Polynesia. Dick Watling.
Friday, February 25, 2011


