Aldabra reuzenschildpad

Seychellen reuzenschildpad_key visual

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.RENA.3231
Status Lectotype
Oude naam Testudo dussumieri Gray,1831
Huidige naam Dipsochelys dussumieri (Gray, 1831)
Verzameld Aldabra-eiland, Seychellen

Gepantserde Goliath

De Aldabra reuzenschildpad is een gigant van de Seychellen, tropische 'bounty eilanden' in de Indische Oceaan. John Edward Gray beschreef de soort als Testudo dussumieri, een naam waarin we de Franse verzamelaar Jean Jacques Dussumier herkennen. Gray baseerde zijn beschrijving mede op een exemplaar dat nog steeds wordt bewaard in de wetenschappelijke verzameling van NCB Naturalis.

Seychellen reuzenschildpad_555

Lectotype RMNH.RENA.3231 van Testudo dussumieri Gray,1831 uit de collectie van NCB Naturalis. Foto © NCB Naturalis.

Ander geslacht
Gray (1800-1875) verbleef enige tijd in Leiden om een exemplaar te bestuderen in de collectie van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, een van de voorlopers van NCB Naturalis. Na afsluiting van het onderzoek wees hij dit exemplaar aan als lectotype van de soort. Het is een jong dat Jean Jacques Dussumier had meegenomen van Aldabra, een klein eiland in de Seychellenarchipel. Dussumier was een uit Bordeaux afkomstige handelaar die op zijn reizen ook natuurhistorische voorwerpen verzamelde. Ondanks het lijvige gewicht nam hij naast het jong ook een volwassen dier mee. Allebei kwamen ze terecht in het Muséum national d'Histoire Naturelle in Parijs. Later ruilde het museum het jong met het Leidse natuurhistorische museum.

De Aldabra reuzenschildpad stond ook bekend onder andere namen, waaronder Testudo elephantina (olifantschildpad) en Testudo gigantea (reuzenschildpad), namen die ieder voor zich verwijzen naar de omvangrijke proporties van het dier, maar die inmiddels achterhaald zijn. De thans geldende naam voor de schildpad is Dipsochelys dussumieri. In deze naam is terug te lezen dat de schildpad na Gray's soortbeschrijving in een ander geslacht (Dipsochelys) is geplaatst.

Seychellen reuzenschildpad_bovenkant 555

Bovenkant van Testudo dussumieri Gray,1831 uit de collectie van NCB Naturalis. Foto © NCB Naturalis.

Oud etiket_555

Origineel etiket van John Edward Gray uit 1831 met daarop - zeer moeilijk leesbaar - de naam Testudo dussumieri.

Nieuw etiket_groot

Later aangebracht etiket met de namen Testudo gigantea en Testudo dussumieri.

Natte collectie
Het lectotype wordt bewaard op alcohol en is daarmee onderdeel van de zogeheten 'natte collectie' van het museum. Gelukkig zijn de oorspronkelijke labels bewaard gebleven en ook de latere etiketten zijn er allemaal nog. Dat is mooi, want ze vertellen iets van het getob van wetenschappers met de naamgeving.

Zware jongen
Aldabra reuzenschildpadden behoren tot de Testudinidae (landschildpadden). Volgroeid zijn het ware Goliaths. Ze kunnen een lengte bereiken van 120 cm bij een gewicht van rond de 180 kilo. Het pantser dat ze met zich meetorsen is loodzwaar, maar hun sterke poten kunnen het moeiteloos dragen. De groenbruine rugplaten hebben bij jonge dieren de vorm van een ster, maar tijdens het ouder worden veranderen ze. Bij bejaarde dieren is het schild uitgegroeid tot vormeloze bulten.

Seychellen.png

Verspreiding
De Aldabra reuzenschildpad is een endemische soort op het eiland Aldabra in de Seychellen; hier komt dan ook het lectotype vandaan. In het wild leven momenteel nog enkele duizenden exemplaren. Daarnaast is de soort uitgezet op Mauritius en Réunion. 

Oud baasje
De Aldabra reuzenschildpad leeft in droge streken, zoals open plekken in het bos, heide en drogere delen van moerassen. De dieren leven meestal solitair, maar verzamelen zich soms in groepen, bijvoorbeeld om te paren. De schildpad is meestal in de ochtend actief, op zoek naar planten en fruit. Soms doet hij zich te goed aan aas. Zo krijgt hij dierlijke eiwitten binnen die nodig zijn voor de groei van het schild. Tussen februari en mei leggen de vrouwtjes 9-25 eieren. Vaak is slechts de helft van de eieren bevrucht en komt de andere helft van het legsel dus niet uit. Na een incubatietijd van acht maanden kruipen de jongen uit het ei. Dan moeten ze zich zelf zien te redden. De dieren kunnen een hoge leeftijd bereiken: er zijn exemplaren bekend van 200 jaar en er is zelfs een heuse Methusalem geweest die 255 jaar werd.

Meer informatie

Tuesday, March 8, 2011 author: Marije Siemensma