Maleisische moerasschildpad

Moerasschildpad_key visual

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.RENA.6082, 6084, 6085
Status Lectotype en paralectotypes
Naam Emys subtrijuga Schlegel & Müller, 1845
Huidige naam

Malayemys subtrijuga (Schlegel & Müller, 1845)

Verzameld Java, Indonesië

Geen holotype

Van deze soort bezit NCB Naturalis drie exemplaren: een lectotype en twee paralectotypen.

Leiden, Londen, Utrecht
Hermann Schlegel en Salomon Müller benoemden deze schildpad in 1845. Daarvoor gebruikten ze drie exemplaren uit de collectie van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. De dieren zijn omstreeks 1820 op Java verzameld, waarschijnlijk 'in het landschap Bantam', zoals op het collectielabel staat vermeld. Heinrich Kuhl en Johan van Hasselt vingen de dieren tijdens een expeditie van de Natuurkundige Commissie.

Het Natural History Museum in Londen bewaarde naar eigen zeggen het belangrijkste exemplaar dat bij de soortbeschrijving is gebruikt: het holotype. De Utrechtse hoogleraar dierkunde A.A.W. Hubrecht zette dit echter in 1881 recht. Hij verklaarde dat alle type-exemplaren in Leiden waren en dat het Londense exemplaar afkomstig was uit het Utrechtse Universiteitsmuseum en geen rol heeft gespeeld bij de soortbeschrijving. Het was met de Britten geruild. Om dit definitief vast te leggen, kende de Amerikaanse reptielendeskundige Timothy Brophy in 2004 het Leidse exemplaar met nummer 6082 de status van lectotype toe. De andere twee werden daarmee automatisch tot paralectotypen verheven.

Moerasschildpad_kop 555 
Lectotype uit NCB Naturalis.

Markante kop
Het schild van de Maleise moerasschildpad wordt maar zo'n twintig centimeter lang. Het is bruin tot kastanjebruin met gele randen. Elke hoornplaat heeft een donkere opstaande bult. De forse, zwartgekleurde kop is getekend met lijnen. Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes. Ze hebben een breder en hoger rugschild en hun buikschild is langer. Vanwege die grote verschillen tussen de seksen wordt de Maleise moerasschildpad gebruikt voor onderzoek naar seksueel dimorfisme (verschil tussen geslachten). Daarnaast is het een dankbaar modelorganisme om het verschijnsel allometrie te bestuderen. Hierbij gaat het om veranderingen in de verhoudingen van de verschillende lichaamsdelen tijdens de groei.

Java.png

Verspreiding
De Maleisische moerasschildpad komt voor in Cambodja, Thailand, Maleisië, Laos en het zuiden van Vietnam. Op Java en Sumatra is de soort vermoedelijk door de mens geïntroduceerd. Het lectotype en de paralectotypes zijn verzameld op Java, Indonesië.

Slakkeneters
Zoetwater, zoals moerassen, kleine meren en stroompjes, vormen het favoriete leefgebied. Daarnaast komen Maleisische moerasschildpadden voor in rijstvelden. Ze eten bij voorkeur slakken, maar lusten ook wormen, kreeftachtigen, mosselen en kleine vissen. In het droge seizoen maken ze een nest, waarin vier tot zes witte eieren worden gelegd. Na een incubatietijd van 167 dagen komen de jongen uit. Zoals bij schildpadden gewoon is, duurt het vrij lang voor ze geslachtsrijp zijn. Mannetjes zijn dat na drie jaar; bij vrouwtjes gaan er vijf jaar voorbij alvorens ze zich kunnen voortplanten.

Moerasschildpad_bovenkant 555 
Lectotype uit NCB Naturalis.

Bedreigd
Erg goed gaat het niet met de soort. Er is veel illegale handel. Daarnaast verdwijnen veel dieren in de keuken en bovendien zijn Maleisische moerasschildpadden gewild om in vijvers of Boeddhistische tempels te houden. Toenemende watervervuiling speelt ook mee bij de achteruitgang in het wild.

Meer informatie

Tuesday, March 8, 2011 author: Marije Siemensma, Caroline van der Mark