Siamese krokodil

Siamese krokodil_Wikimedia

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RGM.DUB.11
Status Syntype
Naam Crocodylus ossifragus Dubois, 1908
Huidige naam Crocodylus siamensis Schneider, 1801.
Verzameld Trinil, Java (Indonesië), 1892.

Bottenkraker

Weinig dieren klappen hun kaken zo krachtig dicht als een krokodil. Van een prooi die de pech heeft ertussen te zitten blijft niet veel meer over dan een zak gebroken botten. Zo zullen ook fossiele voorlopers van de Siamese krokodil menig dier tussen hun formidabele gebit gekraakt hebben. Eugène Dubois, ontdekker van de ontbrekende schakel tussen aap en mens, groef tussen 1890 en 1892 meer dan vijftig schedeldelen van deze 'bottenkraker' op. Ze hebben een geschatte ouderdom van bijna anderhalf miljoen jaar.

Bottenkraker_555.jpg

Versteende schedel van de bottenkraker in de tentoonstellingen van Naturalis.

Graven naar schedels
Dubois (1858-1940) groef een stuk oever af van de Solo-rivier op Oost-Java. Aangemoedigd door Darwins evolutieboek 'On the Origin of Species' hoopte hij in de fossielhoudende lagen botten te vinden van de voorloper van de mens. Uiteindelijk slaagde hij daar in, maar niet nadat hij zo'n 40.000 botten van andere dieren uit de vulkanische as had gepeuterd. Zo ontdekte hij ook tientallen fossiele resten van een krokodil die tegelijkertijd met de Javamens had geleefd. Dubois schatte de ouderdom op meer dan één miljoen jaar (Midden-Pleistoceen). In 1908 maakte hij de soort wereldkundig als Crocodylus ossifragus, letterlijk 'bottenkrakende krokodil'. Eén blik op de enorme tanden en je weet waarom hij deze naam koos. In 1911 volgde een uitgebreide beschrijving door de Duitse paleontoloog Werner Ernst Martin Janensch (1878-1969). Dubois' schedels, kaken, losse tanden en huidplaten werden verscheept naar het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden (nu NCB Naturalis). Elke vondst werd in de collectie opgenomen als syntype van de soort. Het absolute topstuk, een perfect bewaarde schedel, kreeg een ereplaats in de tentoonstelling Oerparade.

Siamese tweeling
Bij NCB Naturalis beheert paleontoloog Dr. John de Vos de fossielen van Dubois. Toen hij de krokodillenresten eens aan een inspectie onderwierp, viel het hem op hoeveel de bottenkraker lijkt op de nog levende Siamese krokodil Crocodylus siamensis. Vergelijking met schedels van deze soort uit de collectie van NCB Naturalis lieten geen twijfel bestaan: de fossiele en recente schedels lijken zoveel op elkaar dat ze voor Siamese tweelingen door kunnen gaan, ware het niet dat de fossiele schedels zwaar versteend zijn. Met mede-onderzoeker Massimo Delfino trok De Vos de conclusie dat de bottenkraker de Pleistocene voorloper is van de nu levende soort. Sindsdien heet ook de bottenkraker Crocodylus siamensis.

Trinil.png 

 

Verspreiding
Siamese krokodillen komen verspreid voor in Azië, waaronder Thailand, Laos, Cambodja, Viëtnam, Maleisië en Indonesië. Het is niet bekend hoe groot het verspreidingsgebied precies is en welke omvang de populaties hebben. De vondsten, die als syntypen dienden, zijn verzameld in Trinil, een paleontologische opgravingsplaats aan de oevers van de Bengawan Solo rivier in de Ngawi regio op oostelijk Java.

 

Hoe ouder hoe breder

Crocodylus siamensis behoort tot de echte krokodillen (Crocodylidae), maar met een lengte van drie tot vier meter is het niet de grootste. Opvallend is de brede, korte snuit, die voorzien is van angstaanjagende tanden. Bij jonge dieren is de snuit nog smal. Hij wordt langzaamaan breder naarmate ze ouder worden, en de tanden groeien mee. Oude dieren hebben dus een bredere bek met grotere tanden en kunnen dus ook veel grotere prooien aan. Zij zijn de echte bottenkrakers. Siamese krokodillen eten voornamelijk vis, maar vergrijpen zich ook aan ander voedsel, zoals amfibieën, reptielen en zoogdieren. Kieskeurig hoeven ze niet te zijn, want met hun gebit happen ze alles even gemakkelijk weg.

 

Rotte planten als nest

Of de Pleistocene soort dezelfde leefwijze had als de huidige Siamese krokodil, is niet te zeggen. Zelfs over de nu levende weten we niet veel. Vermoedelijk hebben de dieren een voorkeur voor langzaam stromende rivieren en leven ze ook in meren en moerassen. Het liefst hebben ze zoet water, maar ze komen ook wel in brak water voor. Het vrouwtje legt twintig tot vijftig eieren in een hoop rottende planten. Het is niet bekend of het vrouwtje de nesthoop bewaakt en hoe de jongen zich eruit bevrijden als de tijd rijp is. Sommige krokodillenbabies doen dat op eigen kracht, maar het komt ook voor dat moeder de jongen helpt.

Bedreigd
Erg goed gaat het niet met de Siamese krokodil in het wild. Hoeveel er nog zijn is onduidelijk, maar de aantallen gaan achteruit, zoveel staat vast. Dit verklaart ook waarom men de dieren nog maar zelden ziet. Gelukkig plant de soort zich i
n gevangenschap vrij succesvol voort en een aantal dierentuinen fokt ermee.

Meer informatie

Tuesday, March 8, 2011 author: Marije Siemensma, Lars van den Hoek Ostende