Doorzichtige garnaal

Vir_key visual

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer 

RMNH D 48539

Status Holotype (vrouwtje met eitjes)
Naam Vir smiti Fransen & Holthuis, 2007
Verzameld Noordkant van het eiland Cabilao, ten westen van Bohol, Straat van Cebu, Filipijnen, op 15 m diepte op het steenkoraal  Physogyra lichtensteini. Verzamelaar: C.H.J.M. Fransen.

Moeilijk te zien, toch ontdekt 

Onderzoekers die naar koraalriffen duiken komen soms oog in oog te staan met een nieuwe diersoort. Marien bioloog Charles Fransen van NCB Naturalis ontdekte tijdens een verkenning van de onderwaterwereld van de Filipijnen een vrijwel geheel doorzichtige garnaal.

Transparant
De garnaal is bijzonder omdat hij doorschijnend is. Alleen op de poten en voelsprieten sieren rode strepen het pigmentloze pantser. Aan het tweede potenpaar zitten flinke scharen. Snel vallen de dieren niet op, temeer daar ze vrij klein zijn. Veel langer dan twee centimeter worden ze niet.

Vir smiti on Physogyra lichtensteini_555

Vir smiti  Fransen & Holthuis, 2007. (Foto: C.H.J.M. Fransen, Raja Ampat, Nieuw Guinea, 2009).

 

Vir spec. on Plerogyra sinuosa_555

Vir philippinensis Bruce & Svoboda, 1984, een andere doorschijnende garnaal (Foto: C.H.J.M. Fransen, Raja Ampat, Nieuw Guinea, 2009).

Euphyllia glaberescens_555 

Vir nov. spec. Een nog onbeschreven doorschijnende garnaal (Foto: C.H.J.M. Fransen, Raja Ampat, Nieuw Guinea, 2009).

Verspreiding
Seychellen; Bohol, Filippijnen; Ambon, West Papua, Ternate, N.O. Sulawesi, Bali, N.O. Kalimantan, N.W. Java, Indonesië.

Symbiose
De hoge soortendichtheid van tropische koraalriffen wordt mede veroorzaakt door de vele symbiotische relaties tussen verschillende soorten riforganismen. Ze zitten dicht bij elkaar omdat ze elkaar nodig hebben om te overleven. Zo is er een groep van zo’n 500 soorten garnalen die samenleeft met onder andere sponzen, zeeanemonen, zachte koralen, steenkoralen, zeesterren, zee-egels, zeelelies, zakpijpen, schelpdieren, ga zo maar door. Garnalen van het geslacht Vir leven vrijwel allemaal op bubbelkoralen. Elke soort bubbelkoraal heeft zijn eigen soort garnaal. Vaak leven de garnalen in paren. Elk paartje bezit een eigen koraalkolonie. Het vrouwtje heeft een iets dikker achterlijf dan het mannetje. Daaronder draagt ze zo’n 200 eitjes. Als de larven uitkomen, zwemmen ze weg, op zoek naar een nieuw koraal om zich te vestigen.

juni_22_Filipijnen.png

Duiken naar garnalen
Het bijna onzichtbare diertje werd ontdekt tijdens een expeditie van het NCB Naturalis Zeeteam in 1999. Deze groep van mariene onderzoekers onderneemt regelmatig duiktochten naar de koraalriffen van Indonesië, de Filipijnen en andere gebieden in Zuidoost-Azië. Een van de onderzoekers, Dr. Charles Fransen, moest duiken maken naar 30 meter diepte om bij de doorzichtige garnaal te komen. Met de beschikbare perslucht kon hij er maar korte tijd verblijven. Het was dus goed zoeken geblazen, temeer daar de garnalen zich verstoppen tussen de tentakels van koralen. Eenmaal ontdekt, was het van belang om foto's te nemen. Alleen zo is de kleur van de garnaal in zijn natuurlijke leefomgeving goed vast te leggen. Enkele exemplaren zijn vervolgens gevangen en meegenomen naar het veldlaboratorium voor verder onderzoek.

Naturalis_Zeeteam_555 

NCB Naturalis Zeeteam, tijdens een expeditie naar Oost-Kalimantan, Indonesië, in 2003.

Vier in één
In de naam van de nieuwe soort Vir smiti Fransen & Holthuis, 2007, worden vier medewerkers van NCB Naturalis met elkaar verbonden. Dr. L.B. Holthuis (1921-2008) was conservator Kreeftachtigen en beschreef het geslacht Vir. Vir is Latijn voor ‘man’. Dr. Holthuis noemde het geslacht naar Dr. J.G. de Man (1850-1930), één van zijn voorgangers. Vir smiti werd samen met Dr. Holthuis beschreven door de huidige conservator Kreeftachtgen, Dr. C.H.J.M. Fransen. De soort is vernoemd naar technisch collectiebeheerder I.J. Smit die ruim veertig jaar de collectie Kreeftachtigen met zorg en toewijding heeft beheerd.

I.J. Smit Naturalis 2006

I.J. Smit  (Foto: C.H.J.M. Fransen, 2006).

 

Meer informatie

Thursday, June 23, 2011 author: Dr. C.H.J.M. Fransen, Wetenschappelijk Onderzoeker