Japanse reuzenkrab
| Gegevens type-exemplaren | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer | RMNH.CRUS.D.10616, 10617, 38344 |
| Status | Lectotype (10616) en paralectotypen |
| Naam | Maja Kaempferi Temminck, 1836 |
| Huidige naam | Macrocheira kaempferi (Temminck, 1836) |
| Verzameld | Surugaprovincie, Japan |
De grootste krab ter wereld
De Japanse reuzenkrab is niet alleen de grootste krab ter wereld, het is ook de grootste nog levende geleedpotige.
Japanse reuzenkrab Foto: Wikimedia
Uiterlijk
Het rugschild van het mannetje kan zo'n 37 cm groot worden, maar de spanwijdte van de scharen bedraagt bijna vier meter. Volgroeid wegen de dieren soms wel twintig kilo. De Japanse reuzenkrab behoort tot de familie van de spinkrabben. Door hun lange dunne poten lijken deze krabben op het eerste gezicht op spinnen. Spinnen hebben echter acht poten, spinkrabben tien. Het rugschild is doorgaans langer dan breed. De voorrand van het schild heeft meestal twee tanden of lobben die voorbij de ogen steken.
Spinkrabben hadden de uitvinders van het klittenband kunnen zijn, want op hun schild en soms ook op de poten staan haakvormige haren. Sommige soorten ‘klitten’ daar actief andere organismen aan vast, zoals algen en sponzen; een manier om zich te camoufleren.
Tekening van van de Japanse reuzenkrab door Kawahara Keiga (uit Holthuis & Sakai (1970), plaat 13).
Tekening van de Japanse reuzenkrab. Uit de Fauna Japonica (1839), plaat 25-26.
Verspreiding
Japanse reuzenkrabben waren aanvankelijk alleen bekend van enkele baaien in Japan. Nog niet zo lang geleden zijn ze echter ook waargenomen bij Taiwan en langs de Chinese kust.
Ontdekking
De soort is in 1836 beschreven door Coenraad Jacob Temminck, de eerste directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden (nu NCB Naturalis). Temminck baseerde zijn beschrijving van Maja kaempferi op exemplaren die Philipp Franz von Siebold vanaf het eiland Decima in de baai van Nagasaki naar het museum zond. Decima was de handelspost van de VOC in Japan, en Von Siebold was er werkzaam als arts. Naast zijn werkzaamheden als medicus verzamelde hij natuurhistorische en cultuurhistorische voorwerpen. Vervolgens zond hij zijn 'Japanverzamelingen' per schip naar Nederland. Von Siebolds krabben zijn nog steeds in de collectie van NCB Naturalis aanwezig. Het grootste mannetje dat hij stuurde is het exemplaar waarop Temminck de soortbeschrijving baseerde. Het wordt als lectotype bewaard in NCB Naturalis is vanuit wetenschappelijk oogpunt het belangrijkste exemplaar ter wereld.
Naamgeving
De soortnaam kaempferi verwijst naar de Duitse natuuronderzoeker en ontdekkingsreiziger Engelbert Kämpfer (1651-1716). Deze verbleef van 1690 tot 1692 als arts op Decima en bezocht Edo, het huidige Tokio, twee maal. Over zijn reis schreef hij een manuscript, dat pas lang na zijn dood in verschillende talen werd uitgegeven. Hij beschrijft hierin onder meer de Japanse reuzenkrab en hij beeldt een deel van een van de poten op ware grootte af. Om de ontdekker van de soort te eren, heeft Temminck de Japanse reuzenkrab naar Kämpfer genoemd.
Engelbert Kämpfer (1651-1716).
Biologie
Japanse reuzenkrabben zijn slome dieren, die rondscharrelen op zandige en modderige bodems op 200-300 meter diepte. In het voorjaar trekken de vrouwtjes naar ondiep water (20 meter) om eitjes te leggen. De krabben voeden zich voornamelijk met dode organismen die op de bodem terecht zijn gekomen. Plaatselijk zijn ze vrij algemeen en soms worden ze commercieel gevist. Hoewel de smaak niet hoog staat aangeschreven, verdwijnen ze in menige keuken. Daarnaast verwerkt de toeristenindustrie de dieren vanwege hun karakteristieke uiterlijk tot souvenirs.
Lectotype van de Japanse reuzenkrab nr (10616) uit de collectie van NCB Naturalis.
Charles Darwin en de Japanse reuzenkrab
De Japanse reuzenkrab is een wereld op zich. Op het schild en de poten groeien allerlei andere dieren. Zo zijn er twee weekdiersoorten op het schild gevonden, zeven soorten hydroïdpoliepen, één soort zeepok en maar liefst negen soorten eendenmosselen. Dit zijn op tweekleppigen lijkende dieren die feitelijk kreeftachtigen zijn. Eén van deze eendenmosselen is uitsluitend bekend van de Japanse reuzenkrab en als nieuwe soort (Trilasmis (Poecilasma) kaempferi (Darwin, 1852)) door Charles Darwin beschreven. Darwin had een schets voor zijn evolutietheorie al op papier staan, maar durfde deze nog niet te publiceren. Hij wilde eerst een goede soortbeschrijver worden, om met meer overtuiging en aanzien zijn revolutionaire evolutionaire inzichten te kunnen presenteren. Hij besteedde acht jaar van zijn leven aan het schrijven van vier dikke boeken over de systematiek en biologie van zeepokken en eendenmosselen.
Trilasmis (Poecilasma) kaempferi (Darwin, 1852). Uit Darwin (1852), plaat II, figuur 1.
Meer informatie
- Darwin C. 1852. A monograph on the sub-class Cirripedia, with figures of all the species. The Lepadidae; or, pedunculated cirripedes: 1-400, Plaat 1-10. Ray Society, London.
- de Haan W. 1833-1849. Crustacea. In: Ph. F. von Siebold, Fauna Japonica sive Descriptio Animalium, quae in Itinere per Japoniam, Jussu et Auspiciis Superiorum, Qui Summum in India Batavia Imperium Tenent, Suscepto Annis 1823-1830 Collegit, Notis, Observatiobus et Adumbrationibus Illustravit, (Crustacea) xvii + xxxi + ix-xvi + 243 pagina's, platen A-J, L-Q, 1-55, circ. tab. 2. Lugduni-Batavorum.
- Holthuis L.B. & T. Sakai 1970. Ph. F. Von Siebold and Fauna Japonica. A History of early Japanese Zoology, 323 pagina's, 1 + 5 + 32 platen, 1 kaart. Academic Press of Japan, Tokyo.
- Kämpfer E. 1777-1779. Geschichte und Beschreibung von Japan, Volume 1 (1777), i-xviii + 310 pagina's, platen 1-18. Volume 2 (1779) 6 + 478 pagina's, platen 19-26.
- Temminck C.J. 1936. Coup-d'oeil sur la faune des Oles de la Sonde et de l'Empire du Japon. Discours préliminaire destiné à servir d'introduction à la Faune du Japon.
Thursday, June 23, 2011


