Kaaimanteju

Draakje_key visual

Gegevens type-exemplaar  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.RENA.28888
Status Holotype
Oude naam Lacerta dracaena Daudin, 1801
Naam

Dracaena guianensis (Daudin, 1801)

Verzameld Cayenne, Frans Guyana

Mankpoot klimt op tot type-exemplaar

Natuurhistorische musea ruilden in de negentiende eeuw onderling vaak objecten. Zo probeerden ze de eigen verzameling uit te bouwen tot een compleet overzicht van het leven op aarde. Het natuurhistorisch museum van Parijs deed gemakkelijk afstand van een opgezette kaaimanteju, vermoedelijk omdat een poot ontbrak. Dit exemplaar kwam terecht in het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden, terwijl Parijs het holotype (een schedel) behield. In 2000 ontdekten reptielenonderzoekers van beide musea dat schedel en lijf bij elkaar horen. Zodoende klom de 'manke hagedis' van Leiden op tot holotype.

Op zoek naar het holotype
De eerste wetenschapper die de kaaimanteju beschreef, was Bernard-Germain-Étienne de La Ville-sur-Illon, comte de La Cépède (1756-1825). In 1778 benoemde de Franse bioloog de soort Lacerta dracaena. Hij deed dat aan de hand van een exemplaar dat in Cayenne, Frans-Guyana, was verzameld. Omdat Lacerta dracaena al in 1758 door Linnaeus was gebruikt voor een varaan, moest er een nieuwe soortnaam bedacht worden. In 1801 doopte de Franse zoöloog François Marie Daudin (1774-1804) de kaaimanteju om tot Dracaena guianensis. Voor zijn beschrijving maakte hij gebruik van hetzelfde exemplaar als La Cepède.

Tot voor kort werd een exemplaar van de kaaimanteju uit het Muséum National d'Histoire Naturelle in Parijs (MNHN 8735) beschouwd als het holotype. Maar toen de herpetologen Marinus Hoogmoed, Jean-Christophe Massary en Michel Blanc het type-exemplaar in 2000 bestudeerden, viel het hen op dat de afmetingen niet overeenkwamen met de maten die La Cépède en Daudin opgaven. In de collectie van NCB Naturalis bevond zich echter ook een kandidaat: een kaaimanteju genummerd RMNH.R&A.28888. Bekend was dat het ooit was geruild met Parijs. Het dier mist echter de linkerpoot, iets waar La Cépède noch Daudin in hun soortbeschrijving over reppen. Sterker nog: op hun tekeningen is de linkervoorpoot gewoon te zien. Toch meenden de onderzoekers dat het exemplaar van NCB Naturalis het holotype kon zijn. De tekeningen van La Cépède en Daudin waren namelijk in spiegelbeeld afgedrukt. Zo kan een rechterpoot op papier doorgaan voor een linker.

   Draakje_555

Type-exemplaar van de kaaimanteju, RMNH.RENA.28888. Foto © NCB Naturalis.  

Teruggevonden
Bovendien ontdekte De Massary een belangrijke voetnoot in La Cépèdes soortbeschrijving. Daarin wordt vermeld dat zich in het Kabinet van de Koning - een negentiende-eeuwse voorloper van NCB Naturalis - een grote hagedis bevond die een van de poten mistte: "L’on conserve au Cabinet du Roi, un grand lézard, de l’espèce appelée dragonne, auquel il manque une patte …" De voetnoot gaat verder met de mededeling dat het dier uit Cayenne is opgestuurd door een zekere Monsieur de La Borde: "C’est M. de la Borde, Médecin du roi à Cayenne, & correspondant du Cabinet du Roi, qui l’a envoyé".

Nu vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Hoogmoed had namelijk op het oude etiket van het Leidse exemplaar gelezen: "D. guyanensis, envoye de Cayenne par M° de la Borde." Het bewijs was geleverd dat de kaaimanteju van NCB Naturalis het exemplaar is dat La Cépède gebruikte voor de soortbeschrijving.

Opluchting
Alleen de schedel van het driepotige beest ontbrak nog. Het natuurhistorisch museum in Parijs bewaart een losse schedel, in 1824 geprepareerd en afgebeeld door de beroemde zoöloog Georges Cuvier. Hoogmoed had de binnenkant van het dier in Leiden bekeken en gezien dat er geen schedel in zat. Bovendien kwamen de afmetingen van de kop precies overeen met de Parijse schedel. Voor zijn Franse collega's was dit een opluchting: hun voorgangers gaven weliswaar een type-exemplaar uit handen, maar zelf hadden ze nog een deel in bezit. Het holotype is dus verspreid over de Leidse en Parijse collectie. In allerijl veranderde men de administratie van RMNH.R&A.28888. De kaaimanteju stond geregistreerd als 'ruilmateriaal', maar dit werd gewijzigd in 'onmisbaar categorie A-object'. Zo kan een ogenschijnlijk waardeloos object door onderzoek een nieuw leven krijgen.

 Draakje_kop

Kaaimanteju. Foto: http://www.biolib.cz/

Draak
Zoals de naam verraadt, heeft de kaaimanteju veel weg van een kaaiman, een op een krokodil lijkend reptiel. Net als bij dat dier is de rug bezet met parallelle rijen schubben. Ook de staart ziet er met zijn scherpe kammen kaaimanachtig uit. De kaaimanteju is echter een hagedis uit de familie Teiidae. Met zijn maximumlengte van 120 centimeter is hij ook veel kleiner dan een kaaiman. Het prehistorisch aandoende, haast draakachtige, uiterlijk komt terug in de wetenschappelijke naam (Dracaena = draak).

Frans_Guyana.png

Verspreiding
De soort komt voor in Colombia, Guyana, Frans-Guyana, Ecuador, Peru en Brazilië. Waterrijke gebieden, zoals moerassen, vormen het favoriete leefgebied. Het holotype is verzameld in Cayenne, de hoofdstad van Frans-Guyana.

Geen hinder van mankheid
Hagedissen zijn taaie dieren die niet snel het loodje leggen als hen wat overkomt. De Leidse kaaimanteju met zijn ontbrekende linker poot is hiervan een treffend voorbeeld. De poot is niet afgebroken nadat het beest werd opgezet, maar ging al tijdens het leven verloren. Het litteken is nog duidelijk te zien. Veel hinder zal de hagedis er niet van hebben gehad. Kaaimanteju's leven namelijk in het water en bewegen zich zwemmend voort door met hun staart te kronkelen. Snel hoeven de dieren niet te zijn, want ze eten voornamelijk slakken. In de kaken zitten platte kiezen die uitstekend geschikt zijn om de huisjes te kraken. Nadat het zachte binnenste is opgeslurpt, wordt de schaal uitgespuugd.

Ook de staart vertoont mankementen. Een breuk geeft aan dat hij ooit langer was. Mogelijk heeft de hagedis hem afgeworpen toen hij werd aangevallen door een roofdier. Deze vorm van ‘zelfamputatie’ is een veelvoorkomende truc bij hagedissen om aanvallers te ontlopen. Een afgebroken staart kronkelt heftig na en brengt de belager in verwarring. Na het afwerpen is de wond geheeld en de staartstomp weer aangegroeid.

Meer informatie

 

Tuesday, March 8, 2011 author: M.E. Gassó Miracle, Marije Siemensma