Goudstreepsalamander

Goudstreepsalamander_key visual

Gegevens type-exemplaren  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.RENA.40113 (holotype), 18796-18850, 40114-40116, MB0645001-064504, MNCN43641-43644, ZMA7307a-e, 7340a-j, 7358a-d, 7387a-d, 7402, 7482, 7588a-c, 7669, 8086a-k
Status Holotype en paratypen
Huidige naam Chioglossa lusitanica longipes Arntzen & Alexandrino, 2007
Verzameld Mina das Águas Férreas, Serra de Santa Justa, Valongo, Noord-Portugal

Populatie blijkt aparte ondersoort

Individuen van een soort hebben allemaal kleine uiterlijke verschillen, maar des te meer overeenkomsten. Soms blijkt een populatie van een diersoort echter zo sterk af te wijken dat deze als een aparte ondersoort moet worden gezien. Amfibieënspeciallist Pim Arntzen van NCB Naturalis ontdekte dat dit het geval is met de goudstreepsalamander die in het noorden van Portugal leeft.

Ontdekking
De goudstreepsalamander Chioglossa lusitanica is een sierlijke, zeer slanke salamander die zo'n zestien centimeter lang kan worden. De huid is glad en glanzend, de rug donkerbruin en de buik donkergrijs. Midden over de rug lopen twee goudkleurige strepen; daaraan dankt de soort zijn Nederlandse naam.
In 2006 deden Arntzen en zijn Portugese collega Fernando Sequeira van de Universiteit van Porto onderzoek in het district Porto in het uiterste noorden van Portugal, een van de gebieden waar de goudstreepsalamander voorkomt. Van de salamander zijn hier twee gescheiden populaties te vinden. Alleen waar de leefgebieden elkaar overlappen - de zogenaamde contactzone - kunnen mannetjes van de ene populatie paren met vrouwtjes van de andere. Uit deze liefde komen nakomelingen voort, maar het zijn hybriden die op hun beurt geen kinderen kunnen krijgen - zoals meestal het geval is met hybriden, zijn ze onvruchtbaar. Arntzen en Sequeira wilden weten hoeveel de populaties van elkaar verschilden. Ze bekeken daartoe het DNA van dieren uit beide populaties en van salamanders in de contactzone. Ook bestudeerden ze hun uiterlijke kenmerken. De conclusie luidt dat het erfelijk materiaal genoeg afwijkt om een van de populaties als een aparte ondersoort te bestempelen. Het DNA-verhaal werd bevestigd door kleine uiterlijke verschillen. Naar de grote voeten noemden Arntzen en Alexandrino de ondersoort Chioglossa lusitanica longipes (long = lang, pes = voet).
 
Goudstreepsalamander_onderkant 550

Onderzijde van het type-exemplaar. Foto: NCB Naturalis.
Leefwijze
Goudstreepsalamanders leven in loofbossen in de buurt van heldere beekjes, bij voorkeur op rotsen met diepe spleten, zodat de dieren zich daarin bij gevaar kunnen verstoppen. Het voedsel bestaat uit kleine insecten waaronder kevers, vliegen en hun larven, maar ook spinnen vinden ze lekker. Voor de voortplanting verzamelen de salamanders zich in groepen nabij ondiep water. Na de paring zetten ze hun eieren in het water af. Het vrouwtje doet dat op stenen en op plantenwortels en -stengels. Na ongeveer acht weken komen de larven uit.
Valongo.png

Verspreiding
Behalve in het noorden van Portugal komt de goudstreepsalamander voor in de Spaanse provincies Galicië en Asturias. Het holotype en de paratypen zijn gevonden in de groeve Mina das Águas Férreas, Serra de Santa Justa nabij de stad Valongo in Noord-Portugal.

Los staartje
De goudstreepsalamander heeft een speciale truc om aan belagers te ontkomen. Wordt hij aangevallen, dan laat hij een deel van zijn staart los. Het afgeworpen staartstompje blijft heftig nakronkelen en trekt alle aandacht van de belager naar zich toe. Intussen maakt de salamander zich veilig uit de voeten, terwijl de belager het nakijken heeft, want zo'n afgeworpen staartje is maar een mager hapje. Voor de salamander is het verlies ervan niet zo erg. Het stompje groeit vanzelf uit tot een een nieuwe staart.

Goudstreepsalamander_550
Rechterzijde van het type-exemplaar. Foto: NCB Naturalis.

Meer informatie

Friday, March 4, 2011 authors: Eulàlia Gassó Miracle, Marije Siemensma