Marokkaanse pad
| Gegevens type-exemplaren | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer | RMNH.RENA.16782-16786, 16804,17221 |
| Status | Holotype (16782), paratypes |
| Naam | Bufo brongersmai Hoogmoed, 1972 |
| Huidige naam | Pseudepidalea brongersmai (Hoogmoed, 1972) |
| Verzameld | Tiznit, Marokko |
Pokdalige woestijnbewoner
Een nieuwe diersoort ontdekken is een hoogtepunt in het leven van menig bioloog. Amfibieënspecialist Marinus Hoogmoed heeft dat geluk mogen smaken. Tijdens een expeditie in de Noord-Afrikaanse Saharawoestijn ontdekte hij een pad die hij nog niet eerder gezien had. Weliswaar een niet al te fraai dier maar toch een nieuwe soort.
Ontdekking
Van 1963 tot 2003 was Hoogmoed conservator van de collectie amfibieën en reptielen van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden (nu NCB Naturalis). In 1971 kreeg hij de kans om veldwerk te doen in het zuidwesten van Marokko. Hij greep de mogelijkheid om naar Ifni te gaan met beide handen aan, want tot 1969 was het zuidwesten van Marokko een Spaanse enclave en verboden gebied voor onderzoekers. Hoogmoed verzamelde tijdens zijn veldwerk in 1971-1972 een aantal amfibieën en reptielen. Zo ontdekte hij ook de Marokkaanse pad, die hij beschreef als Bufo brongersmai. De exemplaren waarop hij de soortbeschrijving baseerde, bevinden zich nog steeds in de collectie van NCB Naturalis. Het gaat om een holotype (een vrouwtje) en enkele paratypen (enkele mannetjes en kikkervisjes). In het Natuurhistorisch Museum in Wenen bevindt zich eveneens een paratype.
Brongersma
De door Hoogmoed gekozen soortnaam is een eerbetoon aan professor Leo Daniël Brongersma (1907-1994). Toen Hoogmoed de Marokkaanse pad ontdekte was Brongersma directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie. Hij was ook een vooraanstaand herpetoloog. Een ander wapenfeit is dat Brongersma in 1959 deel uitmaakte van de eerste groep biologen die de natuur van het Sterrengebergte in Nieuw-Guinea in kaart bracht. Dit gebied was tot dan toe nauwelijks door natuuronderzoekers bezocht, waardoor Brongersma en zijn collega's veel nieuwe diersoorten konden ontdekken.
Wratten
Het door Hoogmoed ontdekte dier heeft de typische kenmerken van een pad: een nogal gedrongen, enigszins pafferig lichaam, met een grijsbruine pokdalige huid vol wratten. Het patroon van groene vlekken deelt hij met andere paddensoorten, zoals de ook in Nederland levende knoflookpad en rugstreeppad. Het patroon en de intensiteit van het groen verschilt per individu. Groot worden de dieren niet: volwassen meten ze zo'n vijf centimeter. Achter de ogen zitten bruinrode gifklieren. De vloeistof die deze zogenaamde paratoïde klieren uitscheiden is irriterend voor wie ermee in aanraking komt. Als de pad bedreigd wordt, stroomt uit de klieren melkachtig spul dat bufotoxinen bevat. Bufotoxinen zijn giftige stoffen die alle padden (en ook veel andere amfibieën) aanmaken om aanvallen door belagers af te slaan: die kunnen het bijtende goedje maar beter niet in hun ogen krijgen.
Verspreiding
De soort komt voor in Marokko, vanaf de noordelijke Sahara tot
aan Algerije, tot op een hoogte van ongeveer 1600 meter boven zeeniveau. Het holotype en de paratypes zijn verzameld bij Tiznit, een stad in Marokko.
Biologie
De dieren voelen zich vooral thuis in woestijngebieden waarin planten zoals Argania spinosa en Euphorbia groeien. Daarnaast houden ze zich op in landbouwgebieden met veel gras. Om de hitte van de zon te ontvluchten, schuilen ze onder stenen. Voor de voortplanting zijn ze afhankelijk van zoetwater. Eieren worden afgezet in poeltjes en plassen die na een regenbui blijven staan. Soms gebruiken de padden ook aangelegde vijvers of bassins. Hoewel hij niet onmiddellijk met uitsterven wordt bedreigd, heeft de Marokkaanse pad te kampen met watervervuiling en droogte. Als regenval lange tijd uitblijft, is de afzet van eieren niet mogelijk en komt de voortplanting in gevaar. Ook verlies van het natuurlijke leefgebied door uitbreiding van de landbouw en andere menselijke activiteit bedreigt het voortbestaan.
Meer informatie
- Holthuis L.B. 1995. 1820-1958. Rijksmuseum van Natuurlijke Historie. Leiden, Nationaal Natuurhistorisch Museum.
- Hoogmoed M.S. 1972. On a new species of toad from Southern Morocco. Zoologische Mededelingen Leiden 47: 49-64.
Thursday, March 3, 2011
