West-Afrikaanse bruine kikker

Westafrikaanse bruine kikker_Key visual 500.jpg 

Gegevens type-exemplaren  
Collectie NCB Naturalis
Nummer  RMNH.RENA.1948A, 1948B, 1948C, 1948D, 1948E
Status Paratypes
Naam Aubria occidentalis Perret, 1994
Verzameld Dabocrom, Ghana

Ontdekt in het museum

Om een nieuwe soort te vinden, hoef je als wetenschapper niet per se de natuur in. Je kunt ze ook in museumverzamelingen ontdekken. In 1994 bestudeerde de Franse herpetoloog Jean-Luc Perret amfibieën in het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie. Tussen de tienduizenden kikkers, padden en salamanders in de omvangrijke verzameling van het museum herkende hij een bruingekleurde kikker uit West-Afrika als nieuwe soort.

Museumcollectie met verassingen
In 1994 beschreef Perret de kikker als Aubria occidentalis. Hij baseerde zijn beschrijving van de soort op vijf exemplaren: alle mannetjes die al meer dan 150 jaar daarvoor in Ghana waren verzameld door Hendrik Severinus Pel (1818-1876). Deze natuuronderzoeker werkte reeds vanaf zijn dertiende aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu NCB Naturalis). Op zijn twintigste werd hij preparateur. Maar Pel wilde graag naar het buitenland om zelf natuurhistorisch materiaal te verzamelen, en de toenmalige directeur van het museum, Coenraad Jacob Temminck, wilde hem daarbij wel helpen.

Destijds bezat Nederland aan de Goudkust, het huidige Ghana, verschillende handelsposten en factorijen. Temminck wilde meer kennis verwerven over de natuurlijke historie van Ghana en zag in de wens van de jonge Pel een kans om een verzamelaar ter plaatse te krijgen. Via zijn bemiddeling kwam Pel terecht op een Nederlandse handelspost in de regio Dabocrom, waar hij aan de slag ging als boekhouder. Pel besteedde zijn vrije tijd aan het verzamelen van dieren die in de omgeving leefden.

Van 1840 tot aan zijn pensioen 1855 verbleef Pel in Ghana. Gedurende die periode werd hij meerdere keren overgeplaatst, altijd naar Nederlandse handelsposten of forten, zoals die in St. George d’Elmina, Boutry, Saccondee en Accra. Dit belette hem niet om door te gaan met verzamelen. Zijn liefde ging uit naar vogels, zoogdieren, slangen, kikkers en vissen. Daarnaast ving hij ook ongewervelde dieren, zoals krabben en insecten, hoewel hij die beestjes hij niet erg leuk vond. In een brief aan het museum schreef Pel: 'Over insecten kan ik niks melden. Wanneer ik hier met mijn geweer rondloop, weet ik waarvoor ik hier ben, doch aan een kapellennetje (vlindernetje) heb ik een wezenlijke hekel.' Pel liep meermaals tropische ziekten op, zoals malaria en dysenterie. Desondanks wist hij te overleven, een bijzondere prestatie, aangezien veel Nederlandse verzamelaars in de tropen vroegtijdig het leven lieten.

Archief voor de toekomst
Alles wat Pel verzamelde, werd na zijn pensioen verscheept naar het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie. Pel was een bijzonder goede preparateur en daarom verkeert het materiaal dat hij bijeenbracht ook na meer dan anderhalve eeuw nog in uitstekende conditie. Pels verzameling werd in de loop van de negentiende eeuw bestudeerd door biologen en dit leverde veel nieuwe soortbeschrijvingen op. Onder meer C.J. Temminck, H. Schlegel en P. Bleeker herkenden dieren die nieuw waren voor de wetenschap.

Pels collectie is de oudste verzameling dieren uit West-Afrika van het museum. Als archief van de biodiversiteit van dit deel van het continent heeft de collectie veel waarde. In de afgelopen tijd is er namelijk veel veranderd in West-Afrika. Niet alleen maakt politieke onrust het doen van zoölogisch onderzoek niet altijd mogelijk, ook het regenwoud verdwijnt in snel tempo. Wetenschappers moeten haast maken met het bestuderen van dieren en planten die er leven. Steeds meer soorten verdwijnen en voor sommige is het mogelijk al te laat.

Ghana.png

Verspreiding
De West-Afrikaanse bruine kikker komt voor in Liberia, Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen. In de regio Dabacrom in Ghana, zijn de paratypes verzameld.

Kippenvel
West-Afrikaanse bruine kikkers worden tot negen centimeter lang. Mannetjes zijn iets kleiner dan vrouwtjes. De rug is donkerbruin en bezet met kleine pukkels, waardoor het dier kippenvel lijkt te hebben; de buik is glad en lichter gekleurd. Kop en achterpoten hebben donkere vlekken. Opvallend zijn de grote ogen en de vrij spitse snuit.

Westafrikaanse bruine kikker_bovenzijde 500.jpg

Paratype van Aubria occidentalis. RMNH.RENA.1948D. Foto © NCB Naturalis.

Op zijn retour
De kikker is een bewoner van oerwouden, waar hij zich ophoudt in riviertjes, bij watervallen en in moerassen. Hij maakt jacht op insecten en kikkervisjes. Voor de voorplanting zijn de dieren afhankelijk van stilstaand water. Dat is ook in landbouwgebieden te vinden en daarom komt de kikker ook daar voor. Hoewel de soort in verschillende gebieden kan overleven, gaat hij toch achteruit. Volgens de International Union for Conservation of Nature (IUCN) is dit vooral het gevolg van ontbossing en watervervuiling. 
 

Meer informatie

Thursday, March 3, 2011 authors: Eulàlia Gassó Miracle, Marije Siemensma