Japanse reuzensalamander
| Gegevens type-exemplaren | |
| Collectie | NCB Naturalis |
| Nummer | RMNH.RENA.2392, 18562, MNHNP.7614, ZMB.30646 |
| Status | Lectotype (2392) en paralectotypen |
| Naam | Triton japonicus Temminck, 1836 |
| Huidige naam | Andrias japonicus (Temminck, 1836) |
| Verzameld | Japan |
Goedmoedige reus op wereldreis
De haven van Amsterdam, 1830. Er meert een schip af met een lading dieren, planten en gebruiksvoorwerpen uit Japan. Aan boord bevindt zich een bijzondere passagier: een enorme salamander. Het dier heeft de lange zeereis levend doorstaan. De salamander was in Nagasaki, de haven van vertrek, aan boord gebracht door Philipp Franz von Siebold, de enige westerling die van de Japanse overheid toestemming had om voorwerpen in het Land van de Rijzende Zon te verzamelen. Von Siebolds aantekeningen, het levende exemplaar en een skelet werden dankbaar gebruikt door bioloog Coenraad Jacob Temminck. Hij benoemde de reuzensalamander als nieuwe soort.
Laat ontdekt
In Japan is de reuzensalamander sinds mensenheugenis bekend. Europeanen maakten echter pas in de negentiende eeuw kennis met het dier dankzij Von Siebold. Als arts werkzaam op de VOC-handelspost Dejima had hij samen met zijn assistent Heinrich Bürger als enige westerling toestemming om in Japan culturele en natuurhistorische voorwerpen te verzamelen. Von Siebold was ook gemachtigd om ze naar Nederland te sturen. Voor andere naties bleef Japan hermetisch gesloten. Het land wilde zich met de protectionistische maatregelen weren tegen de ambities van koloniale machten als Engeland en Portugal. In de vroege negentiende eeuw waren de activiteiten van Bürger en Von Siebold de enige betrouwbare bron van kennis over de Japanse natuur en cultuur.
Von Siebolds notities en verzameling vormden de basis voor twee overzichtswerken over de natuurlijke historie van Japan. Onderzoekers van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden publiceerden de boekenreeks Fauna Japonica, terwijl wetenschappers van het eveneens in Leiden gevestigde Rijksherbarium de serie Flora Japonica voor hun rekening namen. Fauna Japonica verscheen tussen 1833 en 1850 in zes delen en werd geproduceerd door het auteurscollectief Coenraad Jacob Temminck (1778-1858), Hermann Schlegel (1804-1884) en Willem de Haan (1801-1855). De Japanse reuzensalamander werd in deel drie beschreven en afgebeeld met een schitterende lithografie.
Tekening van de Japanse reuzensalamander uit Fauna Japonica.
En toen was er nog maar één ....
Von Siebold stuurde in 1830 twee levende exemplaren per schip naar Nederland. Als voer had hij vissen meegegeven uit de rivieren waarin de salamanders leefden. Helaas bleek de voorraad niet voldoende om de honger van de salamanders gedurende de hele reis te stillen. Hoewel de dieren een trage stofwisseling hebben en lange tijd zonder eten kunnen, kreeg de grootste van de twee op een gegeven moment zo’n honger dat hij de kleine opat. Het schip bevond zich toen ter hoogte van Madeira, dus niet zo heel ver meer van Nederland.
In Artis
Na aankomst van het schip in de haven van Amsterdam is de salamander overgebracht naar het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. Medewerkers hadden een speciale watertank klaargezet, dat als onderkomen voor het dier moest gaan dienen. Hier bracht de salamander zijn tijd rustig door met het eten van karpers en met het amuseren van bezoekers. In Fauna Japonica beschreef Temminck hoe de salamander elke vijf of tien minuten bovenkwam om adem te halen, al kon hij ook een half uur onder blijven. Hij noteerde gedragingen die veel vertellen over het karakter van het dier: “het is een traag en dom beest; zijn bewegingen zijn heel langzaam. [...] gedompeld in apathie; het is een zachtmoedig dier, dat nooit probeert degene die hem uit het water haalt te bijten, ook als hij van hand tot hand gaat ... Hoewel, als hij geïrriteerd raakt, door te veel bezoekers, wordt zijn gedrag wild en verdedigt hij zichzelf door weldegelijk degene die hem ergert te bijten” (Fauna Japonica deel 3, p. 128).
Na een verblijf van tien jaar in het museum werd de salamander in 1840 afgestaan aan de Amsterdamse dierentuin Artis. Daar kreeg het een plekje in het aquariumhuis. Goed verzorgd sleet het hier de rest van zijn leven, tot het in 1881 stierf. Daarna werd de salamander in een glazen pot gestopt, gevuld met alcohol. De pot is echter onvindbaar. Gevreesd moet worden dat de salamander met zijn bijzondere geschiedenis verloren is gegaan. Gelukkig had Von Siebold met andere zendingen nog meer reuzensalamanders naar Nederland gestuurd. In totaal ging het om drie exemplaren. Die zijn als paralectotypen opgenomen in de wetenschappelijke collectie van NCB Naturalis en in de zoölogische musea in Berlijn en Parijs.
Geen schoonheidsprijs
Op de Chinese reuzensalamander (Andrias davidianus) na is de Japanse reuzensalamander het grootste amfibie ter wereld. Volwassen dieren kunnen bijna anderhalve meter lang worden en een gewicht van dertig kilo bereiken. Het lichaam is afgeplat en nogal plomp gebouwd. De poten zijn kort en de staart zijdelings afgeplat. Mooi is de salamander niet, met zijn bruingele huid die bezet is met wratten en vlekken en die door de vele rimpels oud aandoet. Functioneel is de huid wel: het maakt de dieren vrijwel onzichtbaar op de bodem van rivieren en beken. Een slijmlaagje op de huid beschermt bovendien tegen parasieten en lichte verwondingen. Daarnaast kunnen reuzensalamanders via hun huid zuurstof uit het water opnemen. De huidplooien vergroten het oppervlak voor zuurstofopname. Daarnaast happen de dieren lucht aan het wateroppervlak.
Japanse reuzensalamander. Paralectotype RMNH.RENA.2392. Foto © NCB Naturalis.
Het meest opvallend aan de reuzensalamander is de kop: die is plat en breed en voorzien van een enorme muil, waarmee prooien als het ware worden opgezogen. Krabben, vissen, amfibieën, insecten, wormen en zelfs muizen: alles gaat even gemakkelijk naar binnen. In de kop staan kleine priemoogjes, waarmee het dier slecht kan zien. Erg is dat niet, want reuzensalamanders zijn voornamelijk 's nachts actief. Tastorganen in de kop en de huid helpen bij het speuren naar prooi.
Verspreiding
Japanse reuzensalamanders leven op Honshu en in het noorden van Kyushu. Hier zijn ook het lectotype en de paralectotypen verzameld. De dieren houden zich op in snelstromende, zuurstofrijke bergbeken.
Moddergevecht
Eind augustus verzamelen reuzensalamanders zich in groepen om te paren. Ze kiezen modderige plaatsen uit, waarin ze tunnels graven om hun eieren in te leggen. De mannetjes vechten om de beste nesten. Worstelpartijen eindigen soms in de dood van een tegenstrever. In de tunnel leggen de vrouwtjes 400-500 eieren, die in achttien meter lange snoeren bijeen zitten. Vervolgens laten ze de eieren aan de mannetjes over. Die bevruchten de eitjes, om ze daarna fel te verdedigen. Als waakhonden houden ze de wacht in de tunnel, tot de larven na ongeveer twee maanden uitkomen.
Bejaard
Japanse reuzensalamanders kunnen oud worden. Het door Von Siebold verzamelde exemplaar bleef bijvoorbeeld tot 1881 in leven en bereikte een leeftijd van meer dan vijftig jaar, maar mogelijk worden ze wel tachtig. Tijdens hun leven blijven de dieren doorgroeien. Omdat ze almaar groter worden zijn de grootste exemplaren vaak ook het oudst.
Salamandersoep
Japanners versmaden de reuzensalamander niet. Ze waarderen het vlees vooral in de soep. Vroeger werden gedroogde lichaamsdelen ook gebruikt als medicijn. Aan al deze praktijken is een einde gekomen, want tegenwoordig is de reuzensalamander beschermd. Toch wordt de soort in zijn voortbestaan bedreigd. Toenemende watervervuiling, de bouw van dammen en het kanaliseren van beken maken dat de toekomst van de Japanse reuzensalamander er somber uitziet.
Meer informatie
- Hoogmoed M.S. 1978. An annotated review of the salamander types described in the Fauna Japonica. Zoologische Mededelingen Leiden 53: 91-105.
- Holthuis L.B. & T. Sakai 1970. Ph. F. von Siebold and Fauna Japonica. A History of Early Japanese Zoology. Tokyo: Academic Press of Japan.
- Schlegel H. 1842. De Diergaarde en het Museum van het Genootschap Natura Artis Magistra te Amsterdam. Amsterdam: Westerman & Zoon.
-
Sparreboom, M. 2011. Salamanders of the Old World: an Online Catalogue. Electronic database accessible at science.naturalis.nl/salamanders, Netherlands Centre for Biodiversity Naturalis. Leiden. The Netherlands.
-
Temminck C.J. 1836. Coup d'oeil sur la Fauna des Îles de la Sonde et de l'Empire du Japon. In: Siebold, P.F.v. (Ed.) Fauna Japonica sive Descriptio animalium, quae in itinere per Japoniam, jussu et auspiciis Superiorum, qui summum in India Batava imperium tenent, suscepto annis 1823-1830, collegit, notis, observationibus et adumbrationibus illustravit, Lugduni Batavorum.
- Temminck C.J. & H. Schlegel 1838. Fauna Japonica. Vol. 3. In: Siebold, P.F.v. (Ed.) Fauna Japonica sive Descriptio animalium, quae in itinere per Japoniam, jussu et auspiciis Superiorum, qui summum in India Batava imperium tenent, suscepto annis 1823-1830, collegit, notis, observationibus et adumbrationibus illustravit, Lugduni Batavorum.
Monday, August 1, 2011
